De Drank- en Horecawet (DHW) is een van de belangrijkste wetten voor de horeca, omdat deze wet de bedrijfsmatige (of anders dan om niet) verstrekking van alcoholhoudende dranken regelt. Indien de ondernemer voornemens is zwak- en/of sterk alcoholische drank te verstrekken, dan is altijd een dranken horecavergunning vereist. In deze nota horecabeleid zullen we beschrijven welke eisen gelden ten aanzien van de persoon van de ondernemer en ten aanzien van het pand. Voor overige bepalingen, bijvoorbeeld over proeverijen en kleinhandel in de horeca wordt verwezen naar de Drank- en Horecawet.
In artikel 8 tot en met 10 van de Drank- en Horecawet staan de eisen voor het verkrijgen van een vergunning. Indien niet wordt voldaan aan deze eisen moet de vergunning worden geweigerd. De weigeringsgronden (imperatief) zijn geregeld in artikel 27 van de Drank- en Horecawet.
Leidinggevenden dienen aan de volgende eisen te voldoen:
zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
zij mogen niet onder curatele staan.
Verder dienen leidinggevenden te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne. Het hierbij behorende bewijsstuk is een Verklaring Sociale Hygiëne (SVH). 3 Ter volledigheid: De NWVA houdt toezicht op de beschikbaarheid en naleving van een de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid die zijn opgenomen in de Hygiënecode (HACCP-systeem). Alle bedrijven die levensmiddelen produceren, verwerken of distribueren, krijgen van tijd tot tijd controle van NVWA-inspecteurs. Net als bij het rookverbod geldt dat de gemeente niet toeziet op de naleving van de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid.
Alle leidinggevenden moeten vermeld staan op de vergunning. De wet bepaalt tevens dat tijdens de openingstijden van een horecabedrijf er altijd een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig dient te zijn in de inrichting. Zijn er veranderingen met betrekking tot de leidinggevende(n), dan dient dit vooraf gemeld te worden bij de gemeente. Voor paracommerciële horeca is een afwijkende regeling opgenomen in de Drank- en Horecawet. Op een drank- en horecavergunning voor paracommerciële horeca moeten minimaal twee leidinggevenden met SVH staan (dit mogen de bestuurders van de stichting/vereniging zijn, maar dat hoeft niet). Zij hebben echter geen aanwezigheidsplicht als de horeca geopend is. Wel moet er altijd minimaal één barvrijwilliger aanwezig zijn die een voorlichtingsinstructie heeft ontvangen op het gebied van sociale hygiëne, de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA).
De vergunning kent geen bepaalde tijdsduur. De Drank- en Horecavergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Als het bedrijf wordt overgenomen of als de rechtsvorm van de het bedrijf wijzigt zal de ondernemer een nieuwe drank- en horecavergunning moeten aanvragen. Als er een leidinggevende wordt vervangen, moet de nieuwe leidinggevende worden bijgeschreven op het aanhangsel bij de vergunning. De vergunninghouder heeft de plicht wijzigingen door te geven.
Tot slot kent de Drank- en horecawet sinds 2013 het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Daarmee wordt eveneens bedoeld het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
Naast eisen aan de persoon van de ondernemer stelt de Drank - en Horecawet eisen aan het pand waarbinnen een horecabedrijf wordt uitgeoefend. Allereest gelden de regels van het Bouwbesluit 2012 dat van toepassing is op alle bouwwerken in Nederland. Daarnaast zijn ingevolge artikel 10 van de Drank- en horecawet eisen gesteld in het belang van de sociale hygiëne. Deze eisen zijn opgenomen in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. De belangrijkste eisen uit dit besluit betreffen de oppervlakte van de horecalokaliteit (één lokaliteit ten minste 35 m²), de hoogte (ten minste 2,40 meter vanaf de vloer), de toiletgelegenheden (ten minste twee volledig van elkaar gescheiden toiletgelegenheden, die niet rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit de ruimte waar wordt gegeten of gedronken) en een rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staande goed werkende mechanische ventilatieinrichting. Het Bouwbesluit 2012, dat in de volgende paragraaf aan bod komt, en het besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet kennen allebei technische voorschriften waaraan een pand moet voldoen. Bij behandeling van een aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning wordt door op door medewerker van de gemeente gecontroleerd of een inrichting aan de eisen voldoet. In het geval de inrichting niet voldoet aan de eisen, mag de vergunning niet worden verleend.
Indien de inrichting zodanig verandert dat zij niet langer in overeenstemming is met het vermelde op de vergunning (bijvoorbeeld bij een verbouwing), dan is de vergunninghouder verplicht om binnen één maand de burgemeester hiervan op de hoogte te stellen. De vergunning kan in een dergelijke situatie worden ingetrokken of geschorst. De gevallen waarin dit mogelijk is zijn genoemd in artikel 31 en 32 van de Drank- en Horecawet.