Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder exploitatievergunning. Deze vergunning wordt geweigerd indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan (ruimtelijk aspect).
Voor het verkrijgen van een exploitatievergunning worden aan de leidinggevenden dezelfde eisen gesteld als in de Drank- en Horecawet, zij moeten voldoen aan de volgende eisen:
zij mogen niet onder curatele staan;
zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.
Naast de eerder genoemde weigeringsgronden kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Wanneer de houder van een exploitatievergunning zijn of haar horecabedrijf wil beëindigen of wil overdragen, dient de houder van de exploitatievergunning dit direct schriftelijk mee te delen aan de burgemeester.
De duur van de exploitatievergunning loopt voort zolang deze niet vervalt naar aanleiding van een beëindiging, een overdacht, het geen gebruik maken van de vergunning voor de duur van zes maanden na onherroepelijk worden van de vergunning, het geen gebruik maken van de vergunning gedurende een jaar wegens overmacht of het geheel intrekken door de burgemeester in verband met de ontoelaatbare woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of nadelige beïnvloeding op ontoelaatbare wijze van de openbare orde.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.3.
Bepalingen in verband met het toezicht op openbare inrichtingen op basis van de APV
Onderdeel van Nota Horecabeleid 2016-2020