Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
openbare orde;
de openbare veiligheid;
volksgezondheid;
de bescherming van het milieu.
De vergunning of ontheffing kan worden geschorst, ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; of - indien de houder dit verzoekt.
Het beginsel 'Lex silencio positivo', waarmee een vergunning van rechtswege wordt verleend indien het bevoegde orgaan bij een aanvraag te laat of niet reageert, is bij de exploitatievergunning openbare inrichting niet van toepassing. 7 Voor het vervolg: paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op alle horeca gerelateerde vergunningen en ontheffingen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.2.
Algemene weigerings- en intrekkingsgronden op basis van de APV
Onderdeel van Nota Horecabeleid 2016-2020