**1.** De ombudsman onderzoekt in tweede aanleg, aansluitend op de interne klachtenprocedure zoals beschreven in hoofdstukken 1 en 2 van deze verordening, verzoekschriften en beoordeelt of het bestuursorgaan zich in een bepaalde kwestie behoorlijk heeft gedragen;
**2.** De ombudsman deelt, alvorens het onderzoek te beëindigen, zijn bevindingen mee aan het betrokken bestuursorgaan, de klager en de beklaagde, en geeft hun de gelegenheid zich binnen een door hem te stellen termijn omtrent de bevindingen te uiten;
**3.** Ter afsluiting van het onderzoek stelt de ombudsman een rapport op waarin hij zijn bevindingen en zijn oordeel weergeeft. Hij neemt daarbij artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur in acht;
**4.** De ombudsman zendt zijn rapport aan het betrokken bestuursorgaan, alsmede aan de verzoeker en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.