Naar hoofdinhoud
1.. Tot de subsidiabele kosten van energiemaatregelen worden gerekend de kosten van: zonnepaneel met fotovoltaïsche zonnecellen en de daarbij behorende spanningsomvormer; zonneboiler voor het verwarmen van tapwater met behulp van zonlicht, bestaande uit één of meerdere zonnecollectoren en een warmteopslagvat; combi-zonneboiler voor het verwarmen van tapwater en voor ruimteverwarming met behulp van zonlicht, bestaande uit één of meerdere zonnecollectoren en een warmteopslagvat met een al dan niet geïntegreerde CV-brander, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een reguliere HR CV-combiketel; micro-warmtekrachtsysteem, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een reguliere HR CV-combiketel; warmtepompboiler voor het verwarmen van tapwater, bestaande uit een warmtepomp die warmte onttrekt aan ventilatielucht en een warmteopslagvat; elektrische warmtepomp voor ruimteverwarming, die is gekoppeld aan een centraal verwarmingssysteem dat geschikt is voor een aanvoertemperatuur (Taanvoer) van maximaal 55° C, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een reguliere HR CV-combiketel; gaswarmtepomp voor ruimteverwarming, die is gekoppeld aan een centraal verwarmingssysteem dat geschikt is voor een aanvoertemperatuur (Taanvoer) van maximaal 55° C, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een reguliere HR CV-combiketel; lage-temperatuur centraal verwarmingssysteem (LTV-systeem) waarvan de ontwerp-aanvoertemperatuur (Taanvoer) maximaal 55° C bedraagt, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een regulier warmte-afgiftesysteem; installatietechnische aanpassingen om warmte uit douchewater terug te winnen; kleine windturbine die geschikt is voor de stedelijke omgeving en de daarbij behorende spanningsomvormer; brandstofcel CV-ketel, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een reguliere HR CV-combiketel; installatie voor het terugwinnen van warmte uit ruiteventilatielucht, inclusief het daarbij behorende kanaalwerk en de luchtbehandelingskast, met een energetisch rendement van ten minste 80%, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een regulier mechanisch ventilatiesysteem; vraaggestuurd ventilatiesysteem met CO2- of vochtsensoren, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een regulier mechanisch ventilatiesysteem; vloerisolatie met een R-waarde, die groter is dan of gelijk aan 2,50 m2.K/W; gevelisolatie met een R-waarde, die groter is dan of gelijk aan 2,50 m2.K/W; spouwmuurisolatie met een R-waarde, die groter is dan of gelijk aan 1,3 m2.K/W; dakisolatie met een R-waarde, die groter is dan 2,50 m2.K/W, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van dakisolatie met een R-waarde van 2,50 m2.K/W; isolerende beglazing met Ugl-waarde die kleiner is dan 1,20 W/m2.K, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van isolerende beglazing met Ugl-waarde van 1,20 W/m2.K; draaiend raam met thermische onderbreking, die samen met de beglazing een Uw-waarde (Uraam) heeft, die kleiner is dan of gelijk aan 1,7 W/m2.K, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een draaiend raam zonder thermische onderbreking; pelletkachel, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een HR-CV combiketel met radiatoren; pelletketel, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een HR-CV combiketel; zelfregulerend ventilatierooster, voor zover deze kosten meer bedragen dan die van een regulier ventilatierooster. 2.. Het college kan de in het eerste lid vermelde lijst van subsidiabele kosten uitbreiden.

Rechtspraak bij dit artikel