1.. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend de kosten van:

  • - beglazing met Ugl-waarde die groter is dan of gelijk aan 1,20 W/m2.K;
  • - gevel- of vloerisolatie met een R-waarde die kleiner is dan 2,50 m2.K/W;
  • - spouwmuurisolatie met een R-waarde, kleiner dan 1,3 m2.K/W;
  • - dakisolatie met een R-waarde die kleiner is dan 2,50 m2.K/W;
  • - draaiende ramen met thermische onderbreking die samen met de beglazing een Uw-waarde (Uraam) hebben die groter is dan 1,70 W/m2.K;
  • - geïsoleerde deuren;
  • - leidingisolatie;
  • - mechanische ventilatie;
  • - energiezuinige verlichting, - pompen en - ventilatoren;
  • - glazen vliesgevels;
  • - verbeteren luchtdichtheid;
  • - kierdichting;
  • - opheffen koudebruggen.

2.. Het college kan de in het eerste lid vermelde lijst van niet-subsidiabele kosten uitbreiden.