Per gebied stelt de Projectgroep Transitie Afvalbeheer aan de hand van een aantal randvoorwaarden een voorlopig locatieplan op. Het locatieplan bevat per fase:
Overzichtsplattegrond met daarop alle containerlocaties gemarkeerd
Detailplattegrond per locatie
Adreslijst van aangesloten percelen per locatie
Situatiefoto van de locatie
Beschrijving van noodzakelijke aanpassingen van de openbare ruimte
Analyse van te verleggen ondergrondse infrastructuur
Randvoorwaarden voor de beoordeling per locatie
4.2.1 Belangenafweging
Bij het kiezen van locaties vindt per locatie een zorgvuldige afweging plaats op basis van een aantal randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in (niet-limitatieve) toetsingscriteria. De zorgvuldige belangenafweging laat dan ook weinig ruimte om in het vervolgtraject af te wijken van deze locaties. De mogelijkheden om tegemoet te komen aan individuele bewoners die bedenkingen hebben tegen gekozen locaties zijn in dat opzicht relatief beperkt. Het algemene belang (bijvoorbeeld: doelmatige inzameling, het creëren van een veilige situatie, het behoud van parkeerplaats of boom) gaat daarbij in beginsel altijd voor op het individuele belang (‘niet bij mij voor de deur of in mijn directe omgeving’).
4.2.2 Wijkraden
De Projectgroep Transitie Afvalbeheer biedt wijkraden en andere wijkvertegenwoordigingsorganisaties de mogelijkheid voor vooroverleg over een locatieplan. Tijdens dit overleg krijgt de wijkraad informatie over de veranderingen in het afvalbeheer, ondergrondse afvalinzameling en de stand van zaken van het project in de wijk. De wijkraden kunnen specifieke belangen en wensen kenbaar maken, waarmee de Projectgroep Transitie Afvalbeheer bij het opstellen van het locatieplan rekening kan houden.
4.2.3 Randvoorwaarden
Hieronder volgt een korte beschrijving van de randvoorwaarden.
Loopafstand
De containers moeten zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand – de daadwerkelijk te lopen route dus niet hemelsbreed gemeten – tussen de grens van een op de containerlocatie aan te sluiten perceel en de ondergrondse container telkens maximaal de hiertoe in de Afvalstoffenverordening opgenomen afstand bedraagt.
Bereikbaarheid
De container moet zowel voor de inzameldienst als voor de gebruikers voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de kant van de inzameldienst houdt dit minimaal in dat de toegangswegen naar de container toegankelijk zijn voor het inzamelvoertuig, de containers zo gesitueerd dienen te zijn dat het technisch mogelijk is de container te legen en dat de inzameldienst bij het legen geen objecten in de openbare ruimte (zoals bomen, lantaarnpalen, auto’s e.d.) of gebouwen (bijvoorbeeld muren, balkons, uitsteeksels aan gebouwen e.d.) kan raken. Vanuit de kant van de gebruikers dienen de containers makkelijk bereikbaar, toegankelijk en veilig gesitueerd te zijn. In het bijzonder ook (altijd) voor ouderen en mindervaliden.
Verkeersveiligheid
De container moet zowel voor de inzameldienst als voor de gebruiker op een veilige wijze te bereiken zijn. Vanuit de kant van de inzameldienst houdt dit minimaal in dat de container geleegd moet kunnen worden zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. Vanuit de kant van de gebruiker betekent dit dat zij hun afval kwijt moeten kunnen, zonder hiervoor verkeersonveilige handelingen te moeten verrichten. Het moeten oversteken van een druk bereden rijweg, zonder dat er een veilige oversteekplaats – bijvoorbeeld een voetgangersoversteekplaats, al dan niet met verkeerslicht – in de directe nabijheid is, is een voorbeeld van een verkeersonveilige handeling. De container mag nooit zo worden geplaatst dat het verkeer hier hinder van ondervindt.
Ondergrondse infrastructuur
Bij het bepalen van locaties wordt de ondergrond onderzocht op de aanwezigheid van obstakels. Belangrijkste voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van kabels en leidingen. Tot de omlegging van kabels en leidingen gaat de gemeente alleen over indien dit tegen relatief geringe kosten mogelijk is. Hoofd (transport) leidingen, hoofdriool en glasvezelkabels vallen hier niet onder. Voor overige kabels en leidingen die tot een lokaal netwerk behoren, huisaansluitingen en straatkolken, weegt de gemeente de overlast en kosten voor verleggen af tegen het belang van de locatie.
Parkeerplaatsen
In veel wijken in Breda bestaat een tekort aan parkeerplaatsen. Bij de locatiebepaling houdt de Projectgroep Transitie Afvalbeheer hier rekening mee. Bestaande parkeerplaatsen dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven. Indien er geen andere mogelijkheid is dan het opheffen van een parkeerplaats, moet in beginsel in de omgeving een nieuwe parkeerplaats komen.
Bomen en groenvoorzieningen
Gelet op het belang van het aanwezige groen in wijken, zullen bomen nooit wijken voor een ondergrondse container. Ook groenvoorzieningen zullen zoveel mogelijk onaangetast blijven. Echter waar plaatsingsruimte in de verharding onvoldoende is of ontbreekt, zal aanliggend groen benut worden.
Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten
De situering van de ondergrondse containers moet in beginsel passen binnen het straatbeeld. Daartoe is een combinatie van de container(locatie) met overige objecten in de openbare ruimte en in lijn zijn met overige objecten of functies nodig. De containers worden bijvoorbeeld zoveel mogelijk buiten eventuele zichtlijnen met woningen geplaatst, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk voor op het individuele belang. Als sprake is van een historische omgeving of een architectonisch belangrijke locatie, zijn de bij die omgeving passende eisen aan de locatie leidend.
4.2.4 Ontwerpbesluit
Als het voorlopige locatieplan aan de hand van de bovenstaande randvoorwaarden en de op basis daarvan opgestelde checklist is opgesteld door de Projectgroep Transitie Afvalbeheer en is goedgekeurd in de Beheertoets (hierin zijn alle relevante betrokkenen en belanghebbende afdelingen vertegenwoordigd), gaat het voorlopige locatieplan ter goedkeuring naar hoofd Afvalservice. Bij machtiging van het College van Burgemeester en Wethouders stelt het hoofd Afvalservice het voorlopige locatieplan vast als Ontwerpbesluit.
Artikel 4.2