Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2015

1.. De draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld op 35% van het meerinkomen van de aanvrager. 2.. Onder meerinkomen wordt verstaan het verschil tussen het netto jaarinkomen inclusief vakantietoeslag van de aanvrager en 120% van de op hem van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag op grond van de Participatiewet. 3.. Indien de vakantietoeslag over het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, kan om praktische redenen worden volstaan met het verhogen van het netto inkomen met het vakantietoeslag percentage (Participatiewet) 4.. De draagkracht wordt in afwijking van het voorgaande vastgesteld op 100% van het inkomen boven de norm, indien sprake is van één of meer van onderstaande kostensoorten: kosten van begrafenis of crematie; kosten in verband met tijdelijke opname in een inrichting; bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening; 5.. Voor het inkomstenbegrip wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen over de in aanmerking te nemen middelen van de artikelen 31, 32 en 33 Participatiewet. Wettelijke inkomstenvrijlatingen en premies blijven buiten beschouwing, evenals de op grond van de Participatiewet toegekende Inkomenstoeslag. 6.. Uitzondering van het bepaalde in artikel 12 lid 1 tot en met 5 vormt de beoordeling van de draagkracht voor het vaststellen van bijzondere bijstand voor woonkosten. De draagkracht wordt hier berekend overeenkomstig de Wet op de Huurtoeslag en hetgeen in het handboek Schulinck is opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel