Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Draagkracht uit vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2015

1.. De draagkracht uit vermogen wordt vastgesteld op 100% van het in aanmerking te nemen vermogen (boven de grens van vrij te laten vermogen) zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. 2.. Wanneer bijstand wordt verleend op grond van artikel 8 of 9 wordt in afwijking van lid 1 het vermogen voor 100% in aanmerking genomen, indien dit hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm Participatiewet; 3.. Indien de belanghebbende eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf en recht heeft op bijzondere bijstand, maar tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning met bijhorend erf geboden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd, kan de bijzondere bijstand om niet worden verleend wanneer: De bijstand over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting minder bedraagt dan het netto minimumloon per maand als bedoeld in art. 21 Participatiewet; en Het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan het vermogen als bedoeld in artikel 34, lid 2, onder deel d van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel