**1..** Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op aanvullende bijstand, als bedoeld in artikel 12 Participatiewet, indien en voor zover zijn/haar noodzakelijke bestaanskosten hoger zijn dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm van artikel 20 van de Participatiewet;
**2..** Hogere noodzakelijke bestaanskosten zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 worden aanwezig geacht indien de jongere zelfstandig is gehuisvest en er daarnaast sprake is van één van de volgende situaties:
beide ouders van de jongere zijn overleden of wonen in het buitenland;
de jongere is op grond van een officiële maatregel uit huis geplaatst;
de jongere is op de datum van aanvragen van de bijstand al langer dan 1 kalenderjaar zelfstandig gehuisvest;
de jongere heeft, alleen of samen met een partner, de zorg voor een of meer kinderen;
de jongere is niet officieel uit huis geplaatst maar het is niet verantwoord om hem/haar bij de ouders te laten wonen.
**3..** De hoogte van de bijzondere bijstand wordt maximaal vastgesteld op de uitkering die de jongere zou ontvangen op grond van de Participatiewet.
**4..** De bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt verhaald op de onderhoudsplichtige ouders als bedoeld in de artikelen 61 t/m 62 i van de Participatiewet.
Artikel 7
Bijstand aan personen in de leeftijd van 18, 19 en 20 jaar
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2015