**1..** Bijstand in schulden wordt verleend met inachtneming van het bepaalde in artikel 49 van de Participatiewet.
**2..** De bijstand als bedoeld in lid 1 wordt niet verleend indien:
er met betrekking tot het ontstaan van de schuld(-en) sprake is van recidive; of
belanghebbende onvoldoende medewerking verleent met betrekking tot het oplossen van de schulden/financiële problemen/ de totstandkoming van de schuldhulpverlening en/of het openen van een Budgetbeheerrekening.
**3..** De Stadsbank Oost Nederland wordt aangemerkt als voorliggende voorziening, wanneer:
schuldsanering noodzakelijk is; of
het een gecompliceerd verzoek om schuldhulpverlening betreft; of
de hulpvraag niet spoedeisend is; of
er geen uithuiszetting (wegens huurachterstand) dreigt.
**4..** Indien voor de kosten van een noodzakelijke schuldsanering een geldlening wordt verstrekt door de Stadsbank Oost Nederland wordt bijzondere bijstand verleend voor de kosten van rente en aflossing, indien en voor zover deze kosten het aflossingsbedrag zoals bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels te boven gaat.
**5..** Indien en voor zover het krediet, benodigd voor een noodzakelijke schuldsanering, niet verstrekt kan worden door de Stadsbank Oost Nederland met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden, wordt bijstand verleend op grond van artikel 48 van de Participatiewet in de vorm van een geldlening.
**6..** De aflossing van de geldlening bedoeld in het vierde lid vindt plaats met inachtneming van de aflossingsregels van artikel 13 van deze beleidsregels.
**7..** De aflossing van de geldlening bijzondere bijstand wordt opgeschort tot het moment waarop de lening bij de Stadsbank Oost Nederland is afgelost onder de voorwaarde dat betrokkene stipt en volledig aan zijn aflossingsverplichtingen bij deze bank voldoet.