**1..** De subsidie als bedoeld in artikel 2 lid 1, bedraagt in een onafgebroken periode van vier jaar in totaal niet meer dan 25 % van de door het college subsidiabel gestelde kosten.
**2..** Het bedrag van de in lid 1 bedoelde subsidiabele kosten bedraagt in diezelfde periode niet meer dan 15 procent van het taxatiebedrag van het betreffende pand op grond van de onroerende-zaak belasting zoals aangegeven op het laatste aanslagbiljet tot een maximum taxatiebedrag van € 450.000,=.
**3..** Als er geen taxatiebedrag op grond van de onroerende-zaak belasting beschikbaar is wordt het betreffende bedrag ontleend aan dat van de waterschapsomslagen.
**4..** In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komende bijzondere gevallen kan de subsidie op een hoger bedrag of een lager percentage worden vastgesteld dan voortvloeit uit de toepassing van dit artikel.
**5..** Als dat door de aanvrager gewenst wordt kan het college de in artikel 2, lid 1, bedoelde subsidie verstrekken door middel van een uitkering op termijn via de faciliteiten van het Nationaal Restauratie Fonds voor zover daartoe door de gemeente met het Fonds een overeenkomst is gesloten.