Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 3

Directeur

Onderdeel van UITWERKINGSBESLUIT FINANCIËLE VERORDENING 2008

1.. De dagelijkse verantwoordelijkheid voor het beheer en de administratie op dienstniveau berust bij de directeur. 2.. De directeur is, binnen de vastgestelde concernkaders, integraal verantwoordelijk voor de verdere norm- en kaderstelling onder andere op het gebied van financiën en voor de implementatie van planning en control binnen de dienst. 3.. De directeur is er voor verantwoordelijk dat door hem bij het college ingediende voorstellen zowel inhoudelijk als procedureel getoetst zijn op: juistheid en volledigheid van de gegeven informatie, onder andere met het oog op de handhaving van de begrotingsdiscipline; rechtmatigheid en doelmatigheid; juistheid van de gevolgde procedure; toedeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering. 4.. De directeur draagt zorg voor de tijdige totstandkoming van de gegevens en de beleidsinhoudelijke toelichtingen voor de meerjarenprogrammabegroting, de jaarbegroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening van zijn dienst. Daarbij bevordert hij een juiste toepassing van de concernrichtlijnen. 5.. De directeur is belast met de realisatie van de beleidsvoornemens uit de jaarbegroting van zijn dienst binnen de daarin gestelde (financiële) kaders. Tevens behoort het doen van beleidsvoorstellen en -adviezen met implicaties voor die begroting tot zijn taak. 6.. De directeur is verantwoordelijk voor het beheer van de hem ter beschikking gestelde budgetten. 7.. Met betrekking tot de uitvoering van het budgetbeheer kan de directeur binnen zijn dienst budgethouders c.q. verantwoordelijke projectleiders aanwijzen.

Rechtspraak bij dit artikel