Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 12

Uitvaartkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Oosterhout 2016

1.. Indien de nalatenschap van de overledene onvoldoende opbrengt en er geen sprake is van een voorliggende voorziening in de vorm van bijvoorbeeld een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering, kan in de kosten van de begrafenis of crematie aan de nabestaanden, ieder voor het eigen aandeel in deze kosten, bijzondere bijstand worden verleend. 2.. Bijzondere bijstand ten behoeve van uitvaartkosten kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die krachtens de artikelen 392–396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, voor zover de erfgenaam of bloed-/aanverwante niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen. 3.. Voor bijstandsverlening komen slechts de strikt noodzakelijke kosten in aanmerking, waaronder wordt verstaan: legeskosten overlijdensakte; werkzaamheden uitvaartverzorger; eenvoudige kist; grafrechten (voor een algemeen graf, niet voor een graf in eigendom); crematiekosten; rouwauto met maximaal 1 volgauto; rouwkaarten; overbrengen van overledene naar rouwcentrum of woonhuis; laatste verzorging overledene; opbaren in rouwcentrum of thuis; dragers; eenvoudige grafzerk. 4.. Voor de volgende kosten wordt geen bijzondere bijstand verstrekt: rouwadvertentie; kosten eredienst en/of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond; koffietafel; een begrafenis of crematie in het buitenland. 5.. De hoogte van de bijzondere bijstand voor uitvaartkosten is gekoppeld aan de maximale bedragen zoals opgenomen in de bijlage, waarbij er vanuit gegaan wordt dat ieder van de erfgenamen en bloed- en aanverwanten – als bedoeld in lid 2 van dit artikel – een gelijk aandeel draagt in de kosten. 6.. De bijzondere bijstand wordt verleend om niet, tenzij aannemelijk is te achten dat er achteraf voldoende middelen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel