**1..** De financiële overbrugging van de periode van het wegvallen van de inkomsten tot de eerste betaling van de periodieke uitkering behoort tot de eigen verantwoordelijkheid waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand mogelijk is.
**2..** Bijzondere bijstand in de vorm van een overbruggingsuitkering kan, na aanvraag van de bijstandsuitkering, slechts worden toegekend indien:
belanghebbende in de problemen dreigt te raken doordat de algemene bijstand voor levensonderhoud achteraf betaald wordt; en
belanghebbende tot de ingangsdatum van het recht op algemene bijstand, geen andere uitkering of inkomsten ontving.
**3..** Tot de in lid 2 genoemde categorie belanghebbenden behoren in ieder geval zij die (recentelijk) de opvang in een asielzoekerscentrum (hebben) verlaten om zich in de gemeente te huisvesten.
**4..** De hoogte van de overbruggingsuitkering is gelijk aan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, afgestemd op de periode die moet worden overbrugd. Dit is in beginsel de periode van de aanvraagdatum van uitkering tot de eerste betaling van de periodieke uitkering.
**5..** Met inachtneming van het gestelde in het vierde lid van dit artikel wordt de periode van overbrugging maximaal vastgesteld op een maand.
**6..** Indien belanghebbende beschikt over contant geld en/of een positief saldo op bankrekeningen dan worden deze in mindering gebracht op de overbruggingsuitkering. Ook vermogen onder de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 derde lid van de wet dient te worden aangewend ter overbrugging en zal op de overbruggingsuitkering in mindering worden gebracht.
Hoofdstuk III
Artikel 19
Overbruggingsuitkering
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Oosterhout 2016