Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 20

Kosten hulp bij het huishouden

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Oosterhout 2016

1.. Bijzondere bijstand voor kosten voor hulp bij het huishouden is mogelijk als en voor zover huishoudelijke hulp geleverd wordt door een thuiszorgorganisatie, een schoonmaakbedrijf of via een bemiddelingsbureau op basis van de Regeling dienstverlening aan huis van de Belastingdienst. 2.. Voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand voor kosten van hulp in het huishouden gelden afwijkende draagkrachtregels: In afwijking van artikel 3 lid 4 uit deze beleidsregels geldt voor personen met een inkomen van maximaal 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag dat er geen draagkracht uit inkomen aanwezig is. Voor personen met een inkomen boven 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag wordt 50% van het inkomen boven 125% als draagkracht aangemerkt. In afwijking van artikel 3 lid 9 wordt in de berekening van de draagkracht uit vermogen de door de aanvrager zelf bewoonde eigen woning buiten beschouwing gelaten. 3.. Met uitzondering van lid 4 en 9 blijven de bepalingen uit artikel 3 van deze beleidsregels onverkort van kracht in het berekenen van de draagkracht voor bijzondere bijstand kosten hulp bij het huishouden. 4.. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt berekend aan de hand van: het maximale uurtarief (zie bijlage); en het aantal indicatie-uren zoals opgenomen in het ondersteuningsplan van de hulpverlenende instantie. 5.. In afwijking van artikel 6 lid 3 wordt de bijzondere bijstand voor hulp bij het huishouden per 4 weken betaalbaar gesteld op een wijze zoals met de aanvrager wordt overeengekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel