Het inkomen en/of de uitkering moet op het moment van aanvraag gelijk
zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum.
Voor gehuwden/samenwonenden worden de inkomsten van beide partners
opgeteld.
Onder inkomen wordt ook verstaan de (voorlopige) heffingskortingen die
worden ontvangen van de belastingdienst. Tegemoetkomingen in de zin van
de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals de huurtoeslag,
zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag worden niet
tot de inkomsten gerekend.
Wisselende inkomsten
Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddeld inkomen over
de afgelopen drie maanden. Ook kwartaal uitkeringen worden herrekend
naar een maandinkomen.
Deel 1
Artikel 1.1
Inkomenseisen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016