In het kader van het gemeentelijke minimabeleid wordt ook rekening
gehouden met vermogen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de
Participatiewet. Naast het inkomen mag het spaargeld en/of het andere
vermogen niet meer bedragen dan de in artikel 34 Participatiewet
gestelde vermogensgrenzen. Deze grenzen zijn afhankelijk van de
gezinssamenstelling.
De bestanddelen van het vermogen (kunnen) zijn:
Bank- en/of girosaldi c.q. spaargelden, spaarbrieven of andere
waardepapieren
Aandelen en/of effecten
Sieraden, kunst of andere waardevolle bezittingen
Voertuigen, caravans, aanhangwagens en dergelijke waarvan de
waarde (gezamenlijk) boven de € 7.000,00 ligt. De waarde kan
worden bepaald aan de hand van bijvoorbeeld de ANWB/BOVAG
koerswaarde, internet of de ProMOtor Advieslijn 070 – 314 50
78).
Bij de waardebepaling van de eigen woning wordt uitgegaan van de
geldende WOZ-waarde minus het saldo van de hypotheek die op de
woning rust.
Vorderingen.
Toetsingskader doelgroep
Onder het gemeentelijk minimabeleid vallen inwoners van de
gemeente De Wolden (BRP inschrijving is doorslaggevend) van 21
jaar en ouder, die zelfstandig een huishouden voeren en voldoen
aan de gestelde inkomens- en vermogenseisen.
Het inkomen en/of uitkering moet op het moment van aanvragen
gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal
minimum.
Het vermogen mag niet hoger zijn dan de van toepassing zijn de
vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet.
Voertuigen, caravans, aanhangwagens etc. worden niet tot het
vermogen gerekend indien de (gezamenlijke) waarde hiervan niet
meer bedraagt dan € 7.000,00.
Deel 1
Artikel 1.2
Vermogenseisen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016