Naar hoofdinhoud

Deel 1

Artikel 1.2

Vermogenseisen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016

In het kader van het gemeentelijke minimabeleid wordt ook rekening gehouden met vermogen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de Participatiewet. Naast het inkomen mag het spaargeld en/of het andere vermogen niet meer bedragen dan de in artikel 34 Participatiewet gestelde vermogensgrenzen. Deze grenzen zijn afhankelijk van de gezinssamenstelling. De bestanddelen van het vermogen (kunnen) zijn: Bank- en/of girosaldi c.q. spaargelden, spaarbrieven of andere waardepapieren Aandelen en/of effecten Sieraden, kunst of andere waardevolle bezittingen Voertuigen, caravans, aanhangwagens en dergelijke waarvan de waarde (gezamenlijk) boven de € 7.000,00 ligt. De waarde kan worden bepaald aan de hand van bijvoorbeeld de ANWB/BOVAG koerswaarde, internet of de ProMOtor Advieslijn 070 – 314 50 78). Bij de waardebepaling van de eigen woning wordt uitgegaan van de geldende WOZ-waarde minus het saldo van de hypotheek die op de woning rust. Vorderingen. Toetsingskader doelgroep Onder het gemeentelijk minimabeleid vallen inwoners van de gemeente De Wolden (BRP inschrijving is doorslaggevend) van 21 jaar en ouder, die zelfstandig een huishouden voeren en voldoen aan de gestelde inkomens- en vermogenseisen. Het inkomen en/of uitkering moet op het moment van aanvragen gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum. Het vermogen mag niet hoger zijn dan de van toepassing zijn de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet. Voertuigen, caravans, aanhangwagens etc. worden niet tot het vermogen gerekend indien de (gezamenlijke) waarde hiervan niet meer bedraagt dan € 7.000,00.

Rechtspraak bij dit artikel