Algemeen
De kosten van maaltijdvoorziening behoren in principe tot de algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor geen bijzondere bijstand
kan worden verstrekt. Voor ouderen en hulpbehoevenden kan hierop een
uitzondering worden gemaakt, indien zij aangewezen zijn op instanties
die maaltijden verzorgen. Hierbij moet worden gedacht aan een situatie
waarin een belanghebbende tijdelijk of permanent niet meer in staat is
zijn eigen maaltijden te koken.
Hoofdregel
Bijzondere bijstand voor een warme maaltijd van een van de officiële
maaltijd
leveranciers is mogelijk indien mensen niet meer in staat zijn zelf hun
maaltijden te bereiden en de kosten hiervan niet uit het inkomen kunnen
bestrijden. Bij een toekenning van bijzondere bijstand kunnen alleen de
meerkosten worden vergoed met als uitgangspunt de feitelijk gemaakte
kosten. Maaltijden die op een andere wijze worden betrokken dan via de
officiële maaltijdleveranciers komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Er kunnen max. 7 maaltijden per week worden verstrekt.
Procedure
Het aanvragen van (bijzondere) bijstand voor maaltijdvoorzieningen
geschiedt via de normale weg, namelijk door het invullen van een
(verkort) aanvraagformulier. Voorwaarde voor bijstandsverlening is dat
er sprake moet zijn van een indicatie (noodzakelijkheid van de
maaltijdvoorziening op grond van een medische of sociale indicatie). De
indicatie wordt beoordeeld door de consulent. De indicatie kan ook door
de Zenit-arts worden vastgesteld, indien de consulent twijfels heeft
over de indicatie die de belanghebbende aangeeft. In de praktijk zal het
echter in de meeste gevallen niet noodzakelijk zijn om een uitgebreid
onderzoek in te stellen. Uitgangspunt voor de kosten van de maaltijd
zijn de feitelijk gemaakte kosten onder aftrek van € 3,25 (fiscale norm
warme maaltijd per 1-1-2016) per maaltijd.
Draagkracht
Voor de berekening van de bijzondere bijstand gelden de normale
draagkrachtregels, zoals opgenomen in paragraaf 1.3.
Toetsingskader bijzondere bijstand maaltijdvoorziening
Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet gelijk zijn
aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum en het
vermogen moet beneden de toepasselijke vermogensgrens
liggen.
De kosten van maaltijdvoorziening behoren in principe tot de
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor geen
bijzondere bijstand kan worden verstrekt.
Op de hoofdregel zoals vermeld onder 1. kan een uitzondering
worden gemaakt voor ouderen en hulpbehoevenden indien zij
aangewezen zijn op instanties die maaltijden verzorgen.
Bij een toekenning van bijzondere bijstand kunnen alleen de
meerkosten worden vergoed. Dit zijn de feitelijk gemaakte kosten
onder aftrek van de € 3,25 per maaltijd (fiscale norm warme
maaltijd per 1-1-2016)
Maaltijden die op een andere wijze worden betrokken dan via de
officiële maaltijdleveranciers komen niet voor vergoeding in
aanmerking.
Er kunnen maximaal 7 maaltijden per week worden verstrekt.
Deel 3
Artikel 3.8
Maaltijdvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016