Naar hoofdinhoud
Deze paragraaf geeft een toelichting op de berekeningssystematiek voor het bepalen van de geluidbelasting. Kenmerkend hierbij is dat er geen directe relatie bestaat met de hinderbeleving. Daarna volgt een toelichting op de emissieterm LE (door de turbine jaarlijks uitgestraalde, gemiddelde bronsterkte) die bepaald wordt door drie factoren. Tot slot volgt een toelichting op maatwerkvoorschriften in verband met cumulatie van geluid en mogelijke maatwerkvoorschriften ten behoeve van monitoring. 3.1.1. Berekeningssystematiek in Activiteitenbesluit milieubeheer Met de wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen per januari 2011 praktisch alle windturbines onder de algemene regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Tegelijk zijn de Europese beoordelingsmaten Lden en Lnight ingevoerd voor de normering van het geluid van windturbines. Daarbij is er een nieuwe berekeningssystematiek vastgelegd. De Lden betreft hier een gewogen energetisch gemiddeld geluidniveau van alle etmaalperioden in een kalenderjaar. De norm voor de Lden is gelegd op een waarde van 47 dB. Deze waarde is gebaseerd op een door de Rijksoverheid bepaald aanvaardbaar hinderniveau. De Lnight betreft het over alle nachtperioden van een kalenderjaar gemiddelde geluidniveau. De norm voor de Lnight bedraagt 41dB en is gebaseerd op slaapverstoring. Emissiemeting niet mogelijk Vanwege de jaarmiddeling is het niet mogelijk om de geluidbelasting op een woning door middel van directe immissiemetingen vast te stellen. Dit was wel mogelijk met de voorheen geldende normering op basis van de etmaalwaarde. Handhaving van de jaargemiddelde normen vindt nu plaats op basis van verplichte registraties van de windturbine data (Emissieterm LE). Op basis van die registraties is het mogelijk om de ontwikkeling van de jaargemiddelde normen gedurende het kalenderjaar te monitoren. Bij een dreigende overschrijding van een norm kan dan tijdig actie worden ondernomen om die dreiging weg te nemen. Hinder en klachten niet uit te sluiten bij voldoen aan norm Vanwege de jaarmiddeling is het niet uit te sluiten dat er situaties ontstaan waarbij toch hinder wordt ervaren, terwijl er geen normoverschrijding optreedt. Dit is inherent aan de middeling van de geluidniveaus over een geheel jaar. Dagen waarop het geluid van een windturbine goed is waar te nemen bij een woning, kunnen als gevolg van de jaarmiddeling gecompenseerd worden door dagen waarop dit minder het geval is. Daar komt bovendien bij dat niet-akoestische factoren en lokale omstandigheden een rol kunnen spelen bij hinderbeleving. 3.1.2. Emissieterm LE De emissieterm LE is de door de windturbine jaarlijks uitgestraalde gemiddelde geluidbronsterkte. De geluidbronsterkte van een windturbine is afhankelijk van de windsnelheid. Het ene jaar kan het juist minder of meer hebben gewaaid, waardoor er minder of meer geluid is geproduceerd. De registratie van de emissieterm LE is een verplichting. De emissieterm wordt vastgesteld op basis van de volgende informatiebronnen: windsnelheidsafhankelijk bronvermogen van de windturbine; windsnelheid op ashoogte van de turbine over het afgelopen kalenderjaar; informatie over de bedrijfsduur van de turbine. Bronvermogen van de windturbine Het opgegeven bronvermogen van de windturbine vormt de basis voor handhaving van de normen Lden en Lnight. Dit gebeurt op grond van artikel 3.14a Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bronvermogen van een windturbine wordt bepaald door middel van metingen in de nabijheid van de turbine volgens het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer). Het bronvermogen van een windturbine is vastgelegd via een certificaat. Windsnelheid en bedrijfsduur De windsnelheid op ashoogte wordt gebaseerd op registraties van de windturbine. Dit kan het resultaat zijn van een directe meting van de windsnelheid. Het kan ook een indirecte bepaling zijn op basis van het afgegeven elektrisch vermogen door de turbine en de powercurve van de windturbine (zie figuur 1). Dit is afhankelijk van de specifieke windturbine. Figuur 1; voorbeeld power curve Reken- en meetvoorschrift voor windturbines Specifiek voor windturbinegeluid is een reken- en meetvoorschrift opgesteld om Lden en Lnight te bepalen. Artikel 3.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer verwijst naar dit “Reken- en meetvoorschrift voor windturbines”. Dit is via artikel 3.14 b als bijlage 4 gekoppeld aan de Activiteitenregeling milieubeheer. Artikel 3.14e lid a van de Activiteitenregeling milieubeheer verplicht de eigenaar van de windturbine tot registratie van de emissieterm LE gedurende het afgelopen kalenderjaar. Om de geluidemissie te berekenen over het afgelopen jaar  worden de windsnelheidsgegevens van het afgelopen jaar gebruikt. 3.1.3. Maatwerkvoorschriften Met betrekking tot geluid gelden er, in het kader van deze nalevingsstrategie, maatwerkvoorschriften. Ten eerste zijn er maatwerkvoorschriften in verband met cumulatie van geluid en daarnaast is er de mogelijkheid van een maatwerkvoorschrift gericht op het aanleveren van gegevens over de geluidsregistratie. Maatwerkvoorschriften in verband met cumulatie van geluid Het beschermingsniveau tegen geluidhinder van windturbines staat in paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 3.14a lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer staat dat windturbines moeten voldoen aan de norm van 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight. Deze normen mogen niet overschreden worden op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. De gelijktijdige oprichting van vier windparken in elkaars nabijheid is reden geweest om de geluidbelasting van de afzonderlijke windparken in cumulatie te toetsten aan de geluidnormen. Hiermee is geborgd dat op elke woning de totale bijdrage van windturbinegeluid voldoet aan de gestelde norm, ongeacht tot welk windpark de bijdragende windturbines behoren. Dit heeft geresulteerd in het opnemen van afwijkende geluidnormen als maatwerkvoorschriften voor windpark Westermeerdijk binnendijks en windpark Westermeerwind (zie bijlage 3). Mogelijk maatwerkvoorschrift ten behoeve van monitoring Als de exploitant de registratiegegevens maandelijks verstrekt kan de gemeente het verloop van de Emissieterm LE goed monitoren. Daarnaast waarborgt het maandelijks verstrekken van deze registratiegegevens het tijdig signaleren, door de gemeente, van zogenaamde witte vlekken in de registratie. Op grond van artikel 2.1 lid 4 van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan een maatwerkvoorschrift worden vastgesteld dat de windparkexploitant verplicht om na afloop van elke maand de registratiegegevens te verstrekken. Het gaat dan om het verstrekken van de geluidemissie van de windturbines. Deze gegevens moeten op basis van Artikel 3.14e lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer geregistreerd worden. Vooralsnog wordt er geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit maatwerkvoorschrift vast te stellen. Er wordt van uitgegaan dat er met de exploitant afspraken gemaakt kunnen worden over de maandelijkse aanlevering van de registratiegegevens. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een convenant. 3.1.4. Mogelijke overtredingen Bij het aspect geluid door de windturbines zijn er drie soorten mogelijke overtredingen: De jaarnorm Lden (gehele dag) of de jaarnorm Lnight (nachtperiode) genoemd in artikel 3.14a lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt overschreden. De jaarnorm Lden (gehele dag) of de jaarnorm Lnight (nachtperiode) genoemd in het aanvullende maatwerkvoorschrift wordt overschreden. Gegevens over bedrijfsduur en windsnelheid (emissieterm LE) worden niet geregistreerd (artikel 3.14e Activiteitenregeling milieubeheer).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel