Naar hoofdinhoud
Deze paragraaf geeft een toelichting op de wettelijke normen voor slagschaduw en lichtschittering. De aanwezigheid van een automatische stilstandvoorziening ter voorkoming van slagschaduw is een essentieel onderdeel. Daarnaast gaat deze paragraaf in op de maatwerkvoorschriften voor slagschaduw. Deze maatwerkvoorschriften gaan verder dan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3.2.1. Activiteitenbesluit milieubeheer en Activiteitenregeling milieubeheer In paragraaf 3.2.3 Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 3.13 tot en met 3.14, staan de relevante voorschriften voor slagschaduw en lichtschittering. Artikel 3.14 lid 4 van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalt dat bij het inwerking hebben van een windturbine de bij ministeriële regeling te stellen maatregelen worden toegepast. Het doel hiervan is het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering. De ministeriele regeling waar naar verwezen wordt is de Activiteitenregeling milieubeheer. In deze regeling gaat het om paragraaf 3.2.3 en dan de artikelen 3.11 tot en met 3.14. Automatische stilstandvoorziening Om slagschaduw en lichtschittering te voorkomen of te beperken bepaalt Artikel 3.12 lid 1 van de Activiteitenregeling milieubeheer dat de windturbine voorzien is van een automatische stilstandvoorziening. Deze voorziening schakelt de windturbine uit als er slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten. De stilstandvoorziening wordt alleen geëist wanneer de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt. Daarbij moet gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar, gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw optreden. Dit geldt ook als de slagschaduw de uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens raakt waarbinnen zich ramen bevinden. De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het gevoelige object. Lichtschittering Artikel 3.13 lid 1 van de Activiteitenregeling milieubeheer zegt dat lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk wordt voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats in overeenstemming met NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan tenminste gelijkwaardige meetmethode. 3.2.2. Maatwerkvoorschriften slagschaduw Voor de windturbineparken Windpark Westermeerdijk binnendijks, Windpark Creil en Windpark Zuidwester gelden afwijkende normen zoals gesteld in de maatwerkvoorschriften (zie bijlage 3). De wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer is kort na de verlening van de ontwerpvergunning in werking getreden. De norm in het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van slagschaduw is ruimer dan het voorschrift dat was opgenomen in de ontwerpvergunning. Het voorschrift is daarom komen te vervallen. Met de aanvrager is afgesproken om het oorspronkelijke, strengere voorschrift overeind te laten in de vorm van een maatwerkvoorschrift. 3.2.3. Mogelijke overtredingen Bij het aspect slagschaduw en lichtschittering zijn er drie soorten mogelijke overtredingen: De automatische stilstandvoorziening is niet aanwezig op de windturbine (Artikel 3.12 lid 1 van de Activiteitenregeling milieubeheer). De automatische stilstandvoorziening is wel aanwezig op de windturbine, maar functioneert niet of niet goed (Artikel 3.12 lid 1 van de Activiteitenregeling milieubeheer). Niet-reflecterende materialen of coatinglagen ter voorkoming van lichtschittering ontbreken (Artikel 3.13 lid 1 van de Activiteitenregeling milieubeheer).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel