**1..** De passage in artikel 3, tweede lid onder c, van deze verordening,”de alleenstaande ouder met zijn inwonende kind(eren) die minder verdienen dan 40% van het toepasselijk minimumloon en in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft” wordt gewijzigd in: “de alleenstaande ouder met zijn meerderjarige inwonende kind(eren) die op grond van artikel 4, tweede lid WWB niet als gezinslid worden aangemerkt.”
**2..** De passage in artikel 4, eerste lid van deze verordening, “tenzij die ander een inwonend verdienend kind is wiens inkomsten minder bedragen dan 40% van het toepasselijke netto minimumloon” wordt gewijzigd in “tenzij die ander een meerderjarig inwonend kind is die op grond van artikel 4, tweede lid WWB niet als gezinslid wordt aangemerkt.”