**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het versterken van de leefbaarheid:
door het investeren in fysieke voorzieningen;
door bij te dragen aan de totstandkoming of versterking van daartoe dienende organisatievormen door:
het opstellen van dorpsvisies;
het oprichten van dorpsraden of een overkoepelend dorpenoverleg;
het opleiden/trainen van bestuurders van dorpshuizen;
door het organiseren van evenementen.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
de activiteiten moeten aansluiten op gemeentelijk beleid of dorpsvisies maar gaan verder dan reguliere gemeentelijke taken;
er is sprake van voldoende lokaal draagvlak:
de voorziening waarvoor een investering wordt gevraagd, is levensvatbaar op de lange termijn;
de evenementen, bedoeld in het eerste lid, onder c, zijn regionaal van aard, zonder winstoogmerk en eenmalig.
De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, geven bij voorkeur invulling aan de relatie stad/platteland.
**3.** Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal:
50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,- voor investeringen in publieke voorzieningen;
50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,- voor de activiteiten gericht op de totstandkoming of versterking van op leefbaarheid gerichte organisatievormen;
50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,- voor het organiseren van evenementen.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;
aan derden betaalde kosten voor opleiding en training;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten;
reiskosten.
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
ervangingsinvesteringen;
kosten voor beheer en onderhoud;
kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties;
kosten verbonden aan het realiseren en het uitbrengen van boeken of andere publicaties;
kosten verbonden aan grondverplaatsingen, bomenrooiingen en landophogingen.
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
gemeenten;
natuurlijke en rechtspersonen.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend;
De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden;
In aanvulling op artikel 7 van de Asv:
geeft de aanvraag blijk geven van de aanwezigheid van voldoende lokaal draagvlak;
gaat een aanvraag voor investering in een voorziening gepaard met een dekkend exploitatieoverzicht waarmee de levensvatbaarheid van de voorziening op de lange termijn wordt aangetoond.
**6.** Europese regelgeving en POP2 2007-2013
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun
Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 321 “Basisvoorzieningen voor de economie en de plattelandsbevolking”, 322 “Dorpsvernieuwing en -ontwikkeling” en 413 Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 4.3.3