Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: het versterken van de relatie tussen platteland en stad via boerderijeducatie; het bekend maken van kinderen met de voedselproductie op het agrarisch bedrijf. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien: de educatie wordt gegeven op het agrarisch bedrijf; er voor de lessen gebruik wordt gemaakt van op kwaliteit gecontroleerde lespakketten of erkende lespakketten; de educatieboeren zijn aangesloten bij een organisatie die erop toeziet dat de agrariërs en het agrarisch bedrijf aan de juiste veiligheids- en kwaliteitsvereisten voldoen voor het ontvangen van schoolgroepen. 3. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: rechtspersonen; samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen. 4. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50 % van de subsidiabele kosten; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: de vergoeding voor de agrarische ondernemer (kosten per ontvangst); loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor het ontwikkelen van lesmateriaal en training van de betrokken agrarische ondernemers (kosten professionalisering); loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor ledenwerving, netwerkbijeenkomsten, publicaties, websites en andere vormen van communicatie (kosten promotie). 5. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden. 6. Europese regelgeving De kosten zoals bedoeld in lid 4 onder b sub i worden getoetst overeenkomstig de voorwaarden van de Catalogus Groene Blauwe Diensten en zoals die is goedgekeurd door de Europese Commissie (Steunnummer N 577/2006).

Rechtspraak bij dit artikel