Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: recreatief fietsen; recreatief wandelen; recreatief varen en watersport; In afwijking van het gestelde onder a, b en c kunnen GS besluiten in bijzondere gevallen voor andere vormen van recreatiesport subsidie te verstrekken; De subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder a tot en met d betreffen: haalbaarheidsstudies en marktverkenningen; aanleg van nieuwe routes optimalisatie of kwaliteitsverbetering van bestaande routes; reconstructie van bestaande routes; ontwikkelen, plaatsen en verspreiden van routeinformatie (zoals fysieke bewegwijzering, routepanelen, digitale informatievoorziening, routebrochures); aanleg van nieuwe recreatieve regionale routes door middel van infrastructurele werken; voorbereiden en uitvoeren van promotionele activiteiten en publieksbereik ten behoeve van bekendheid van regionale recreatieve routestructuren. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: De activiteiten hebben betrekking op de volgende vastgestelde (regionale) routenetwerken in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: recreatief fietsen: het hoofdnetwerk van de landelijke LF-routes en de recreatieve fietsroutes van het regionale fietsknooppuntensysteem dat aansluit op de netwerken in de andere provincies; recreatief wandelen: het hoofdnetwerk van de landelijke LAW-routes en het regionale netwerk van streekpaden, boerenlandpaden en klompenpaden; recreatief varen/watersport: het hoofdnetwerk van de landelijke en regionale BRTN-routes en het regionale kanonetwerk. Het project levert een bijdrage aan de recreatieve opgaven van de provincie Utrecht (zoals ontbrekende schakels in routenetwerk, opheffen van tekorten in routevormen), zoals verwoord in de Visie Recreatie en Toerisme 2020 (PS-besluit 23 april 2012); Het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld. De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a tot en met d, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: de gestelde opgaven in de Visie Recreatie en Toerisme 2020 en bijbehorende Uitvoeringsplan(nen) ; aansluiting op bestaande netwerken en bij voorkeur TOP’s/poorten, bovenlokale recreatieterreinen en horecagelegenheden; optimalisatie of kwaliteitsverbetering van het netwerk; samenwerking tussen partijen om deze recreatieve routenetwerken te realiseren. 3. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; materiaalkosten; kosten voor de inrichting van recreatieve infrastructuur. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: vervangingsinvesteringen. kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: overheden; recreatieschappen; rechtspersonen. 5. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden. In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer- en onderhoudsplan. 6. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun

Rechtspraak bij dit artikel