Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling

Artikel 4.4.1

Ontwikkeling en samenhang poorten en toeristische overstappunten (TOP’s) en inrichtingsmaatregelen t.b.v. recreatie om de stad Utrecht

Onderdeel van Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 28 augustus 2012, nr. 80B5BE58, tot vaststelling van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht

1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: haalbaarheidsstudies en marktverkenningen ten behoeve van toeristische overstappunten (TOP’s) en recreatieve poorten; aanleg van nieuwe toeristische overstappunten (TOP’s) en recreatieve poorten door middel van infrastructurele werken; aanleg van pleisterplaatsen en andere recreatieve infrastructurele werken binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: De activiteiten hebben betrekking op de volgende recreatieve voorzieningen in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: Poorten; TOP’s; Pleisterplaatsen (uitsluitend binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht). het project levert een bijdrage aan de recreatieve opgave Versterken/bewaken Recreatief hoofdnetwerk (RHN) of Recreatie Accommoderen, zoals verwoord in de Visie Recreatie en Toerisme 2020 (PS-besluit 23 april 2012); het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld; de subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, dragen zoveel mogelijk bij aan het genereren van andere, aanvullende geldstromen in investering of exploitatie. 3. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 75% van de subsidiabele kosten. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen voor stichtingen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: vervangingsinvesteringen. kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: overheden; recreatieschappen; rechtspersonen. 5. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer-en onderhoudsplan. 6. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 313 “Bevordering van toeristische activiteiten” en 413 Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel