Naar hoofdinhoud
Het belangrijkste criterium van het klachtrecht zoals is vastgelegd in de Awb en als afgeleide regelgeving dus ook in deze regeling is dat “een ieder” een klacht kan indienen. De laatste tijd zijn door raadsleden klachten ingediend tegen afzonderlijke collegeleden. Niet als burger, maar als raadslid, al of niet namens een raadsfractie. Nu is het klachtrecht in eerste instantie ingevoerd ten behoeve van de relatie burger- bestuur. Zo is hij hier in onze gemeente dan ook sinds 2000 uitgevoerd. Bij het indienen van een klacht door een raadslid wringt zich dat een raadslid zich toch in een andere positie bevindt dan een burger. Navraag bij de Nationale Ombudsman leert dat raadsleden hun beklag kunnen doen over gedragingen van het college, afzonderlijke collegeleden of de burgemeester als ambt of bestuursorgaan met de Gemeentewet in de hand. De Gemeentewet gaat als speciale wet, gericht op het bestuur en huishouding van de gemeente en haar bestuursorganen, boven de algemene wet die de Awb. De Gemeentewet kent niet zoals de Awb een speciaal hoofdstuk over klachten, maar biedt in feite meer rechten en plichten dan hoofdstuk 9 van de Awb. In artikel 155 in samenhang met de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet zijn het recht van raadsleden op informatie en de verplichting van het college en de burgemeester op het leveren van die informatie vastgelegd. Hiermee kan de drieslag gemaakt worden die de raad tot een machtig bestuursorgaan maakt. Vragen stellen, debat over de antwoorden en de verantwoording door college en burgemeester. Er kan nog een vierde slag aan worden toegevoegd: consequenties uit het debat. Dat alles kent het klachtrecht uit de Awb en de interne klachtenregeling niet. Een klacht is gegrond of ongegrond. Men kan tenslotte nog bij de Nationale Ombudsman terecht voor een eindoordeel. In voorkomende sporadische gevallen die door de Nationale Ombudsman zijn behandeld kwam deze niet tot een oordeelomdat het klachtrecht uit de Awb niet gevolgd had mogen worden. Het college zal in voorkomende gevallen deze jurisprudentie mee laten wegen in zijn besluit op een klacht ingediend door een raadslid of namens een raadsfractie. Aan deze toelichting is de uitspraak van de Nationale Ombudsman toegevoegd. Toegevoegd is de zin dat bij een mondelinge klacht, de klacht door de klachtenbehandelaar schriftelijk wordt vastgelegd in een gespreksnotitie. Klager moet deze schriftelijk voor akkoord tekenen. Op die wijze kan er geen misverstand zijn tussen klager en klachtenbehandelaar over de inhoud van de klacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel