Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Begeleiding (artikel 4.4, artikel 4.5, artikel 4.6 van de Verordening)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gorinchem 2016

3.1. Het bepalen van de ondersteuningsbehoefte voor begeleiding. De belemmeringen die een cliënt per leefgebied ervaart, de doelstelling en het beoogde resultaat van de ondersteuning worden volgens eenduidige methodiek samen met cliënt vastgesteld en in een ondersteuningplan beschreven. De ontwikkeling van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt is op deze wijze objectiveerbaar en inzichtelijk. Deze informatie is de basis voor het opstellen van een vervolg-ondersteuningsplan bij een toekomstige ondersteuningsvraag. Voorbeelden van leefgebieden bij de maatwerkvoorziening begeleiding zijn: financiën; dagbesteding; huisvesting; huiselijke relaties; geestelijke gezondheid; lichamelijke gezondheid; verslaving; activiteiten dagelijks leven; sociaal netwerk; maatschappelijke participatie. 3.2 Resultaten van de maatwerkvoorziening begeleiding Het resultaat van begeleiding is voor zover mogelijk verbetering en/of behoud (overname) van de zelfredzaamheid en participatie. Voor de verschillende vormen van begeleiding zijn doelen geformuleerd in de resultaatovereenkomst met de aanbieders. 3.2.1 Individuele begeleiding Begeleiding kan worden geboden bij: Het helpen aanbrengen van en/of oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur en het voeren van regie zoals: initiëren of compenseren van eenvoudige of complexe taken, de gevolgen daarvan wegen en daarbij behorende besluiten nemen; regelen van randvoorwaarden ten behoeve van wonen, werk, inkomen en het voorbereiden van een gesprek met betrokken instanties; initiëren of compenseren van het op- en bijstellen van een dag- en/of weekplanning, dagelijkse routine; zich aan regels en afspraken houden. Het (ondersteunen bij het) oefenen van vaardigheden of handelingen, zodat de cliënt (zo goed mogelijk en zoveel mogelijk) zelfstandig kan wonen en/of op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving, op het gebied van: eenvoudige of complexe taken en activiteiten; praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen; het beheren van (huishoud)geld en het uitvoeren van de administratie; gebruik van openbaar vervoer; contact en communicatie in een persoonsgebonden sociale omgeving. vaardigheden welke geleerd zijn in de GGZ-behandeling Het begeleiden van cliënt en mantelzorger(s) hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de cliënt en met een eventuele veranderde situatie en/of relatie als gevolg van de aandoening, stoornis of beperking zodat cliënt op eigen kracht verder kan en extra zorg wordt voorkomen. Het overnemen van toezicht en het aansturen van gedrag ten gevolge van een aandoening, stoornis of beperking, thuis of elders. Het overnemen van toezicht gericht op het bieden van fysieke zorg zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar of complicaties bij een ziekte of medicijngebruik zodat extra zorg wordt voorkomen. Het begeleiden bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de aandoening, stoornis of beperking. Het begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving en de sociale participatie (bijvoorbeeld ondersteuning bij de opbouw van een sociaal netwerk) met als doel zelfredzaamheid. Individuele begeleiding zou in sommige situaties ook in een groep (collectief) kunnen worden gegeven bijvoorbeeld bij activiteiten als thuisadministratie of ondersteuning bij de post /geldbeheer. De begeleider kan dan een paar cliënten in het buurthuis ontvangen in plaats van iedere cliënt apart thuis te bezoeken. 3.2.2 Dagbesteding Bij dagbesteding wordt begeleiding in groepsverband gegeven en kan het gaan om een dagprogramma dat school en/of werk vervangt met als doel: het aanbrengen van een dag/weekstructuur; vaardigheden te behouden; gedragsproblematiek te reguleren; participatie te behouden of te bevorderen; ondersteuning van de thuissituatie/mantelzorger(s). Daarnaast kan het gaan om een dagprogramma met als resultaat: een zinvolle invulling van de dag; het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid; zelfredzaamheid en cognitieve capaciteiten en vaardigheden zoveel mogelijk handhaven en/of gedragsproblematiek reguleren. De dagactiviteiten moeten programmatisch/ methodisch zijn, gericht op het structureren van de dag, op praktische ondersteuning en op het oefenen van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen. Dagbesteding houdt een structurele tijdsbesteding in met een welomschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Onder dagbesteding wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering zoals die in de woon- / verblijfsituatie wordt geboden of een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes e.d.. Voor veel cliënten zal deelname aan welzijnsactiviteiten in bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte in de buurt voldoende zijn om structuur te bieden aan de dag en medemensen te ontmoeten. Alleen voor cliënten die door hun cognitieve beperkingen, ernstig fysieke beperkingen of gedragsproblematiek een dergelijke dagstructurering, gericht op het verbeteren of zo veel mogelijk behouden van capaciteiten en/of het reguleren van gedragsproblemen nodig hebben en/of waarbij ondersteuning van de mantelzorger(s) noodzakelijk is, is begeleiding in groepsverband aangewezen. Dagbesteding is voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd. Wanneer de begeleiding gericht is op het daadwerkelijk bieden van dag/weekstructuur is dagbesteding de aangewezen vorm van begeleiding. Wanneer de ondersteuningsbehoefte bestaat uit één of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en niet uit het daadwerkelijk bieden van dagstructuur, dan is individuele begeleiding de aangewezen vorm. Een contra-indicatie, zoals infectiegevaar of ernstige energetische beperkingen kan leiden tot de noodzaak van individuele begeleiding. In de praktijk kunnen individuele begeleiding en begeleiding groep naast elkaar bestaan (als deze ondersteuning niet op hetzelfde moment van de dag plaatsvindt). 3.2.3 Kortdurend verblijf Er zijn meerdere manieren om de mantelzorger te ontlasten. Bijvoorbeeld door een vrijwilliger in te schakelen om een paar uur de zorg voor een cliënt over te nemen; ook dagbesteding kan als belangrijk neveneffect of zelfs doel hebben de mantelzorg te ontlasten. Soms is dat voor de mantelzorger niet voldoende om het langdurig vol te kunnen houden. Kortdurend verblijf is verblijf dat plaats moet vinden in een beschermende woonomgeving waarmee samenhangend zorg en ondersteuning is geregeld. Bij kortdurend verblijf logeert iemand tijdelijk in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Kortdurend verblijf is ook mogelijk in het sociaal netwerk, maar ook dan moet er een beschermende omgeving zijn ofwel een omgeving met toezicht en moet er sprake zijn van samenhangende zorg. De mogelijkheden vanuit de zorgverzekeringswet zijn niet geregeld vanuit de basisverzekering maar vanuit de aanvullende verzekering en hiermee dus verschillend per verzekerde en zijn of haar zorgverzekering. Eerstelijns verblijf is voorliggend. Het betreft medisch noodzakelijk kortdurend verblijf in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die bieden, waarbij 24-uurs toezicht of zorg in de nabijheid aanwezig is al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg. De subsidieregeling eerstelijns verblijf geldt nog in 2016, de overheveling naar de Zvw vindt plaats met ingang van 2017. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de subsidieregeling eerstelijns verblijf uit, inclusief het achteraf toetsen. In de eerste helft van 2016 wordt de helft van alle besluiten voor het eerstelijns verblijf getoetst. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor het CVV of een taxikostenvergoeding krijgen, waarmee hij zich naar de instelling kan laten vervoeren. 3.2.4 Persoonlijke verzorging De behoefte aan persoonlijke verzorging moet samenhangen met de behoefte aan begeleiding. Een cliënt kan in aanmerking komen voor persoonlijke verzorging wanneer sprake is van een noodzaak voor aansturing of hulp bij de zelfzorg door bijvoorbeeld een verstandelijke, zintuiglijke of psychiatrische beperking. Het gaat hierbij om ondersteuning van de zelfredzaamheid van de cliënt. De behoefte aan persoonlijke verzorging hangt niet samen met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. In de praktijk betekent dit dat de persoonlijke verzorging op grond van de Wmo uit dezelfde handelingen kan bestaan als de persoonlijke verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet. 3.3 Afbakening 3.3.1 Wet langdurige zorg (Wlz) Voor sommige cliënten is ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning onvoldoende. Er is intensievere ondersteuning met toezicht en zorg of behandeling nodig. Bij deze cliënten is sprake van een combinatie van beperkingen op het gebied van het cognitief functioneren, fysiek functioneren/ADL-vaardigheden, oriëntatie en gedragsmatig/psychisch functioneren. Door deze beperkingen kunnen blijvend gevaren optreden, waarbij de cliënt niet in staat is om die goed in te schatten of hierbij adequate hulp in te roepen. Om vast te stellen of een cliënt in aanmerking komt voor een indicatie voor ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg dienen de volgende vragen beantwoord te worden: Heeft de cliënt blijvend behoefte aan permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen? Heeft de cliënt blijvend behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft? Heeft de cliënt blijvend behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft? Wanneer één van deze drie vragen met ja wordt beantwoord is er sprake van een indicatie voor ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg. De cliënt kan een indicatie voor de Wlz aanvragen bij het CIZ. 3.3.2 Zorgverzekeringswet (ZvW) Behandeling kan voorliggend zijn op begeleiding wanneer dezelfde doelen worden beoogd. Behandeling is zorg die (para-)medisch specialisten bieden en behoort tot de geneeskundige zorg die in het kader van de ZvW is verzekerd. De zorg is gericht op behandeling van een stoornis en heeft als doel herstel of voorkomen van verergering van deze stoornis. De behandeling is niet beperkt tot de medische interventies, maar omvat, afhankelijk van de aard van de ingreep, in de ZvW ook de nodige begeleiding. Het kan hier gaan om individuele begeleiding, maar ook om dagbesteding met of zonder opname vanwege psychiatrische behandeling. Deze begeleidingsactiviteiten zijn een onlosmakelijk onderdeel van behandeling en behoren niet tot de Wmo. Als er sprake is van ambulante ZvW-behandeling dan is het van belang om te onderzoeken of deze behandeling de totale zorgbehoefte van de cliënt op het gebied van de zelfredzaamheid compenseert. Als dat niet het geval is, kan er aanspraak zijn op de maatwerkvoorziening begeleiding naast de ingezette behandeling in overleg met de behandelaar. Als de cliënt een zorg-/behandelmijder is en er is risico op verwaarlozing, dan kan er aanspraak worden gemaakt op de maatwerkvoorziening begeleiding als de cliënt hierop aangewezen is op basis van een (vermoeden van een) grondslag in combinatie met beperkingen op de leefgebieden. Ondanks dat er behandeling mogelijk is als voorliggende voorziening, kan er in deze situatie voor de periode van zes maanden minimale ondersteuning vanuit de Wmo worden geïndiceerd ter voorkoming van verwaarlozing. Daarnaast moet het belangrijkste doel van de begeleiding zijn om de cliënt te motiveren zich te laten behandelen. Dit is een voorwaarde bij de inzet van begeleiding. Zorg-/behandelmijders met risico op verwaarlozing kunnen in aanmerking komen voor bemoeizorg via de centrumgemeente. 3.3.3 Participatiewet De Participatiewet is geen aan de Wmo 2015 voorliggende voorziening. De Participatiewet is het vangnet van de sociale zekerheid. De Participatiewet richt zich op de arbeidsparticipatie van mensen. Het doel van de Participatiewet is zoveel mogelijk mensen naar reguliere arbeid toe te leiden. Cliënten die arbeidsverplichtingen hebben in het kader van de Participatiewet, hebben geen aanspraak op dagbesteding ter vervanging van arbeid op grond van de Wmo. Als de cliënt op basis van aandoeningen/stoornissen niet in staat is (aangepast) te werken of naar school te gaan, kan er aanspraak bestaan op dagbesteding ter vervanging van arbeid of school. De cliënt komt niet in aanmerking voor dagbesteding als de cliënt: met ondersteuning in staat is om te werken (jobcoach); met ondersteuning in staat is om te studeren of naar school te gaan; een beschikking heeft van het UWV dat er wordt verwacht dat er in een later stadium wel gewerkt kan worden (de dagbesteding kan dan alleen ingezet worden ter overbrugging van een bepaalde periode); nog geen eindbeoordeling heeft gekregen dat deze duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is. Jongeren die van speciaal onderwijs of de praktijkschool komen, krijgen een doelgroepverklaring van het UWV (beoordeling arbeidsvermogen/ indicatie banenafspraken). De doelgroepverklaring wordt door de scholen aangevraagd en geregeld. Met een doelgroepverklaring hebben deze jongeren recht op jobcoaching en de mogelijke werkgever recht op loonkostensubsidie. Om te kunnen beoordelen of een cliënt volgens de Participatiewet naar reguliere arbeid geleid kan worden zal door het UWV de loonwaarde (arbeidscapaciteit) bepaald moeten worden. De loonwaarde kan in de loop van de tijd verbeteren, waardoor andere loopbaanmogelijkheden ontstaan. Bij een IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) kan er aanspraak bestaan op dagbesteding ter vervanging van arbeid. Bij een cliënt zonder arbeidsverleden, waarbij geen beoordeling heeft plaatsgevonden door het UWV van de mate van arbeidsongeschiktheid vanwege de uitkeringsregeling Wajong, moet beoordeeld worden of er een indicatie bestaat voor dagbesteding.

Rechtspraak bij dit artikel