Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Onderzoek door de toezichthouder

Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzalen Amsterdam 2016

1.. De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 2.. Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder, behoudens bijzondere omstandigheden, jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 3.. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 4.. Indien tijdens een onderzoek als bedoeld in het tweede tot en met het derde lid tekortkomingen zijn geconstateerd kan de toezichthouder nadien een of meer nadere onderzoeken verrichten naar de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel