**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6, eerste tot en met vierde lid vast in een inspectierapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
**3..** Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. Indien een inspectierapport is opgesteld naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6, vierde lid, is er geen mogelijkheid om een zienswijze te geven.
**4..** De toezichthouder zendt het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de houder.
**5..** De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar door publicatie in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.
**6..** De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport aan burgemeester en wethouders.
Hoofdstuk
Artikel 7
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzalen Amsterdam 2016