**1.** De vergunning kan op grond van artikel 2.33 lid 2 onder g van de Wabo door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
de omstandigheden van de zijde van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zwaarder moet wegen.
**2.** Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.