Naar hoofdinhoud
1.. Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. 2.. Tenzij schriftelijk of bij hoofdelijke oproeping moet worden gestemd, vraagt de voorzitter of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke oproeping is aangenomen. 3.. Indien stemming wordt gevraagd, geschiedt de stemming bij handopsteken, waarbij eerst de leden die voor het voorstel zijn gevraagd wordt de hand op te steken en vervolgens gevraagd wordt de leden die tegen het voorstel zijn hun hand op te steken. 4.. Zijn er verschillende onderwerpen of voorstellen als bedoeld in de artikelen 36, 37, 39 en 41 tegelijk in behandeling, dan komt het onderwerp of voorstel welke de verste strekking heeft, het eerst in stemming en zo vervolgens. 5.. In de zitting aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 6.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel