Naar hoofdinhoud
1.. Stemming bij hoofdelijke oproeping geschiedt mondeling door het uitspreken van het woord "voor" of "tegen". Bij mondelinge stemming roept de griffier de namen af in de volgorde, bedoeld in artikel 16. 2.. Behoudens in de gevallen, waarin de Gemeentewet onthouding voorschrijft, is ieder aanwezig lid, bij hoofdelijke stemming, verplicht zijn stem uit te brengen. 3.. Geen lid mag aan een stemming deelnemen, wanneer hij niet vóór de aanvang daarvan de presentielijst heeft getekend. De leden stemmen van hun plaats. 4.. De voorzitter deelt mede wanneer de stemming is beëindigd. Hierna kan niet meer worden gestemd. 5.. Ieder lid heeft het recht onmiddellijk na de mededeling van de uitslag der stemming te doen aantekenen, dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist heeft. Invloed op de meegedeelde uitslag heeft dit niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel