Naar hoofdinhoud
1. De rechthebbende op de beplanting naast de wegen zorgt ervoor dat deze beplanting steeds in een zodanige staat verkeert, dat zij geen hinder of gevaar veroorzaakt voor weggebruikers of het vrije uitzicht belemmert. 2. De rechthebbende op de beplanting naast de wegen is verplicht overhangende takken van naast de weg staande bomen en andere houtgewassen af te snijden en de in de wegen doorschietende wortels van die bomen en houtgewassen te verwijderen, als daardoor gevaar voor het verkeer of schade aan het wegdek kan ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel