1.3.1 Wanneer het ZVH de melding in behandeling heeft genomen, start het
ZVH een onderzoek naar de cliënt om zijn situatie in beeld te
brengen.
1.3.2 In het onderzoek wordt de situatie van cliënt en eventueel zijn
gezin en mantelzorger(s) in kaart gebracht door een toets op elf
leefdomeinen (opvoeden, regie, mobiliteit, Algemene, dagelijkse
levensverrichtingen/ huishouden, wonen, mentale gezondheid, fysieke
gezondheid, sociale participatie, werk/ opleiding en financiën).
1.3.3 Het keukentafelgesprek maakt onderdeel uit van het onderzoek en
vindt plaats binnen 2 weken na de melding van de cliënt (of zijn
vertegenwoordiger). In overleg met de cliënt (of zijn vertegenwoordiger)
kan van deze termijn afgeweken worden.
Tijdens het keukentafelgesprek worden alle voor het onderzoek
van belang zijnde aspecten overonder andere de mogelijkheden, de
persoonlijke situatie en leefomgeving van de cliënt, zijn gezin
en/of mantelzorger besproken, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid
4 Wmo 2015, om te komen tot een afweging voor de noodzaak,
omvang en duur van de ondersteuning.
De medewerker van het ZVH legitimeert zich bij aanvang van het
keukentafelgesprek met de cliënt(en de eventuele
vertegenwoordiger).
De cliënt (en eventuele vertegenwoordiger) wordt geïnformeerd
over de toestemmingsverklaringvoor het uitwisselen van gegevens
en wordt verzocht deze te ondertekenen.
1.3.4 Indien blijkt dat nader (medisch) advies nodig is, schakelt het
ZVH een adviseur in, nadat de cliënt (en eventuele vertegenwoordiger) is
geïnformeerd welk advies aan welke deskundige wordt gevraagd om tot een
beoordeling van de ondersteuningsbehoefte te komen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Onderzoek
Onderdeel van Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016