2.8.1 Indien een maatwerkvoorziening BW is toegekend aan een cliënt,
maar er (nog) geen plek is bij de door de cliënt gewenste aanbieder voor
BW, is het mogelijk dat de cliënt op grond van zijn beschikking op zijn
huidige verblijfplaats (intensieve) ambulante begeleiding ontvangt. Dit
is bedoeld als overbrugging en deze situatie mag maximaal 8 weken
duren.
2.8.2 Indien er na deze 8 weken nog steeds geen plek is, dan moet BW
door een andere aanbieder geboden worden, die passend is bij het
Leefzorgplan.
2.8.3 Wanneer een indicatie voor BW afloopt, maar nog niet zeker is of
een cliënt een volgende stap kan zetten naar zichzelf handhaven met
minder zorg en begeleiding, is het mogelijk om op proef te wonen met
(intensieve) ambulante begeleiding op basis van een maatwerkvoorziening
BW. Dit is bedoeld als overbrugging en deze situatie mag niet langer dan
8 weken duren.
2.8.4 Wanneer het na 8 weken duidelijk is dat de cliënt deze stap
aankan, dient de cliënt zich te melden voor ambulante begeleiding in de
gemeente waar hij woont. Zodra hij een nieuwe beschikking heeft
ontvangen van de woonplaats-gemeente, wordt de beschikking BW
ingetrokken.
2.8.5 Wanneer een cliënt voor BW tijdelijk geen gebruik kan maken van
het Beschermd Wonen, omdat andere problematiek (tijdelijk) op de
voorgrond staat, kan de cliënt terugkeren naar het Beschermd Wonen,
zonder een nieuwe indicatie aan te hoeven vragen bij het ZVH. Deze
andere problematiek mag niet langer dan 6 weken duren.
2.8.6 Duurt deze problematiek langer, dan wordt de maatwerkvoorziening
door middel van een intrekkingsbesluit ingetrokken.
2.8.7 Mocht de cliënt weer willen terugkeren naar BW, dan moet de cliënt
een nieuwe melding doen bij het ZVH. Het ZVH beoordeelt deze melding
dan, zoals beschreven in artikel 1.2 en verder.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8
Overgangsperiode
Onderdeel van Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016