3.1.1 Een cliënt kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening
MO/VO als hij:
feitelijk dakloos is, of als bewoner staat ingeschreven bij een
door de gemeente erkende 24uurs woonvoorziening, al dan niet
voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan
detentie, en
niet in staat is om zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving op meerdere leefdomeinen, en
niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke
of residentiële dakloosheid op kunnen heffen.
3.1.2 Een slachtoffer van huiselijk geweld kan in aanmerking komen voor
een maatwerkvoorziening MO/VO als deze:
slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege
aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of
indien sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren)
met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk
is, en
geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking
van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden,
een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting
te voorzien.
3.1.3 Het naleven van de leef- en gedragsregels binnen de opvang maakt
onderdeel uit van de afspraken die via het Leefzorgplan met de cliënt
worden gemaakt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Criteria voor de toekenning van een maatwerkvoorziening MO/VO
Onderdeel van Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016