**1..** Dit artikel verstaat onder:
beoordeelde: de ambtenaar of de werknemer in de zin van deze regeling;
beoordelingsformulier: het door het college vastgestelde formulier, waarop de beoordeling kan worden vastgelegd;
beoordeling: het toetsen van het functioneren van de beoordeelde aan de volgens het functieprofiel van belang zijnde competenties, behaalde resultaten en gemaakte afspraken, dat wordt vastgelegd op het beoordelingsformulier, dan wel in een beoordelingsverslag. Als de medewerker dit wenst wordt echter het vastgestelde beoordelingsformulier gebruikt;
beoordelingsadviseur: de personeelsfunctionaris van het organisatieonderdeel waar de beoordeelde werkzaam is;
beoordelaar: de direct leidinggevende van de beoordeelde die met de beoordeling belast is;
informant: een persoon aan wie in het kader van de beoordeling gevraagd wordt informatie te verstrekken over het functioneren en/of de prestaties van de beoordeelde;
beoordelingsgesprek: de bespreking tussen de beoordelaar en de beoordeelde over het functioneren van laatstgenoemde.
**2..** De beoordeling vindt plaats volgens een door het college bepaalde methode.
**3..** Een beoordeling vindt plaats:
na eerste indiensttreding en na overplaatsing van de beoordeelde in een andere functie: minimaal driemaal gedurende het proefjaar.
ten aanzien van alle andere beoordeelden: jaarlijks.
functionerings- en beoordelingsgesprek zijn op zichzelf staande gesprekken, die onder voorwaarde dat de medewerker daarmee instemt in de tijd gecombineerd kunnen worden.
**4..** De beoordeling wordt opgemaakt ten opzichte van competenties en resultaatgebieden van het functieprofiel en de gemaakte afspraken in het kader van het Individueel OntwikkelingsPlan (IOP) en het Individueel Jaarplan (IJP).
Indien de beoordeelde buiten diens schuld geen kennis draagt van aan werkzaamheden te stellen eisen, dan blijven deze buiten beschouwing bij de beoordeling.
De beoordelaar kan in het kader van de beoordeling een of meerdere informanten inschakelen. De informatie van de informanten wordt schriftelijk vastgelegd en bij de beoordeling gevoegd. De informatie is niet anoniem en wordt tevoren aan te beoordeelde ter beschikking gesteld.
**a..** De beoordeelde wordt uiterlijk veertien dagen tevoren door de beoordelaar in kennis gesteld van de datum en het tijdstip van het komende beoordelingsgesprek.
**b..** Tijdens het beoordelingsgesprek krijgt de beoordeelde de gelegenheid diens zienswijze te geven. Het beoordelingsgesprek wordt afgesloten met een samenvattend oordeel van de beoordelaar.
**c..** De beoordeling wordt uiterlijk veertien dagenna het beoordelingsgesprek door de beoordelaar en de beoordeelde vastgelegd op het beoordelingsformulier of in een beoordelingsverslag.
**6..** De beoordelingsadviseur, die er op toeziet dat de beoordeling plaats vindt overeenkomstig het in dit artikel bepaalde, is bij het beoordelingsgesprek aanwezig indien de beoordeelde dan wel de beoordelaar daarom verzoekt.
**7..** Het beoordelingsformulier of het beoordelingsverslag wordt voor akkoord getekend door de beoordelaar. De beoordeelde is verplicht het formulier of het beoordelingsverslag voor akkoord of gezien te tekenen.
Indien een beoordeelde hiërarchisch rechtstreeks onder de directeur is geplaatst, treedt de directeur op als beoordelaar. Indien de beoordeelde een directeur is treedt de gemeentesecretaris als beoordelaar op. Indien de beoordeelde de gemeentesecretaris is treedt de burgemeester als beoordelaar op.
Door ondertekening van het beoordelingsformulier of het beoordelingsverslag door het afdelingshoofd of de directeur wordt de beoordeling vastgesteld.
De beoordeling va de algemeen directeur /gemeentesecretaris en de directeuren wordt door het college in de collegevergadering/vertrouwelijk vastgesteld.
De beoordeelde wordt het vastgestelde beoordelingsformulier of het beoordelingsverslag direct toegezonden.
Opberging van het beoordelingsformulier of het beoordelingsverslag vindt plaats conform de Regeling Persoonsdossiers.
Hoofdstuk 12
Artikel 15:1:13:2
Beoordeling medewerkers
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg