Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Inrichting hondenuitlaatvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregel Hondenuitlaatbeleid

De richtlijnen voor de inrichting van hondenuitlaatvoorzieningen zijn als volgt: De locatie van de voorziening en de aanlooproute liggen bij voorkeur niet dicht bij een speelplek. Een voorziening ligt niet in de buurt van open water om te voorkomen dat meststoffen in het water komen. Binnen 300 m. van de woning ligt een voorziening met een oppervlakte van minimaal 300 m2 maar bij voorkeur van 500 m2. Binnen 750 m. van de woning ligt een voorziening met een oppervlakte van minimaal 1.000 m2 met als doel loslopen en spelen van honden. Binnen 750 m. van de woning ligt een afgesloten voorziening. De locatie wordt bepaald aan de hand van ligging dicht bij wegen of fietspaden en waar al een (gedeeltelijke) afsluiting is. In de voorziening ligt een pad van ingang tot uitgang bestaande uit een kleischelpenverharding. Iedere voorziening wordt afgescheiden door middel van een haag (hoogte 70 cm) als basisafscheiding. Een hekwerk (hoogte 90 cm) met poorten wordt geplaatst bij voorzieningen die afsluitbaar moeten zijn. Daarnaast kan hekwerk worden geplaatst bij locaties die dicht bij wegen of fietspaden liggen en waar het gevaar oplevert als een hond vrij de uitlaatvoorziening kan uitlopen. Iedere voorziening ligt zodanig dat deze redelijk verlicht is bij de ingang en op de aanlooproute. Op plaatsen waar de voorziening te ver van openbare verlichting langs wegen of paden ligt, wordt er bij de voorziening aanvullend verlichting geplaatst. Alle uitlaatvoorzieningen zijn aangegeven door middel van een bord ‘hondenuitlaatplaats’ bij iedere toegang tot de voorziening. Daarnaast zijn de uitlaatbermen voorzien van een onderbord ‘uitlaatberm’. Bij iedere voorziening (ook losloopgebieden) staat een afvalbak met stankafsluitklep. Plaatsing van een bank kan overwogen worden bij voorzieningen groter dan 1000 m2 en op verzoek van meerdere hondenbezitters. Bomen in een voorziening worden zoveel mogelijk voorkomen. Bij verboden terreinen worden geen verbodsborden geplaatst tenzij grote overlast daar aanleiding toe geeft en het noodzakelijk is voor de duidelijkheid. Losloopgebieden worden bij de toegangen aangeduid met een bord ‘hondenlosloopgebied’.

Rechtspraak bij dit artikel