De uitgangspunten voor beheer en onderhoud van de uitlaatvoorzieningen zijn als volgt:
Het beheer van het gras bestaat uit maaien in combinatie met het opzuigen van de hondenpoep. Dit gebeurt een keer per een of twee weken afhankelijk van de gebruiksintensiteit van de voorziening.
Het gras van uitlaatbermen en losloopgebieden wordt beheerd in samenhang met het overige groenonderhoud volgens beeldkwaliteitsniveau C. Er wordt geen hondenpoep gezogen.
De bomen en hagen in en rond de voorzieningen worden in samenhang met het overige groenonderhoud beheerd volgens beeldkwaliteitsniveau C.
De schelpenpaden in de voorzieningen worden beheerd volgens beeldkwaliteitsniveau B.
Artikel 5.
Beheer en onderhoud hondenuitlaatvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregel Hondenuitlaatbeleid