Naar hoofdinhoud

Artikel 2

De niveaus van hulp

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2015 gemeente Kerkrade

2.1. Drie niveaus van hulp In de toegangsprocedure wordt onderscheid gemaakt in zorg en ondersteuning op drie niveaus: • Sociale infrastructuur: eigen netwerk, informele zorg en ondersteuning; • Overige voorzieningen: de algemene vrij toegankelijk voorzieningen; • Individuele voorzieningen in het kader van specialistische jeugdhulp. 2.2. Sociale infrastructuur Het eerste niveau vormt de basis van de sociale infrastructuur. Binnen de jeugdhulp wordt ernaar gestreefd om ouder(s) zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te houden voor de opvoeding van hun kind. Hier zijn echter meer mensen bij betrokken, want een kind groeit niet op in een geïsoleerde omgeving. Naast de eigen netwerken van mensen zijn er allerlei particuliere initiatieven en vrijwilligersorganisaties in Kerkrade, die een belangrijke bijdrage leveren aan onderlinge hulp- en dienstverlening en het versterken van de sociale cohesie. Denk bijvoorbeeld aan de vrijwillige hulpdiensten (al dan niet van de buren), buurtteams en maatjesprojecten. Maar hier vallen uiteraard ook de scholen onder, de (sport)verenigingen, peuterspeelzalen etc. De sociale infrastructuur valt niet onder de reikwijdte van deze beleidsregels, maar wij vinden het van belang om het te noemen, omdat het aansluit bij de door de gemeente benoemde beleidsdoelstellingen voor de jeugdhulp. 2.3. Overige voorzieningen (vrij toegankelijke voorzieningen) Deze voorzieningen zijn voor iedereen toegankelijk en flexibel van inzet. Ouder(s) en kinderen die een lichte, eenvoudige ondersteuningsvraag hebben kunnen hier altijd rechtstreeks terecht. 2.4. Individuele voorzieningen in het kader van specialistische hulp Niet alle problemen zijn in de buurt en/of via de inzet van het eigen netwerk, informele zorg of overige voorzieningen op te lossen. Soms hebben jeugdigen specifieke, specialistische en/of intensieve ondersteuning nodig. Het gaat om voorzieningen die vaak bovenlokaal, regionaal of soms zelfs landelijk zijn georganiseerd, zoals crisisopvang, pleegzorg, jeugdbescherming. Ook als deze ‘zwaardere’ vormen van hulp nodig zijn, blijft het uitgangspunt van hulp dichtbij overeind. In situaties waar de basis niet voldoende ondersteuning biedt, moet snel en dichtbij ondersteuning vanuit individuele voorzieningen worden ingezet. Deze hulp ‘moet in een keer goed zijn’. Dat wil zeggen zo licht als het kan en zo zwaar als nodig. 2.5. Toeleidingsproces naar een individuele voorziening Tijdens de toegangsprocedure bekijkt de medewerker van het gemeentelijk team Jeugd, al dan niet aangevuld met de analyse van het sociaal team en overige professionals die al contact hebben gehad met het gezin, welke (combinatie) van zorg en ondersteuning passend is bij de hulpvraag van een jeugdige (1Gezin 1Plan 1Regisseur). De Jeugd-medewerkers zorgen ook voor de uitvoering met het oog op de wet, zoals het opstellen van de beschikking en/of de pgb afspraken. De inzet van specialistische jeugdhulp zal altijd worden gebaseerd op het oordeel van deskundigen.

Rechtspraak bij dit artikel