Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vormen van jeugdhulp - de overige voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2015 gemeente Kerkrade

3.1. Definitie overige voorziening Een overige voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder toegangsbeoordeling. 3.2. Beschikbare overige voorzieningen De overige voorzieningen sluiten zoveel als mogelijk aan op buurtniveau. Ze zijn volledig toegankelijk zonder toegangsbeoordeling en daarmee maximaal laagdrempelig. Deze voorzieningen geven ook invulling aan artikel 2.4 van de Jeugdwet, namelijk een voorziening die kosteloos en/of anoniem vragen van jongeren en/of ouder(s) kan beantwoorden. Deze overige voorzieningen in het kader van de jeugdhulp omvatten in elk geval de beschikbaarheid van: • Informatie, (opvoed)advies, voorlichting, cursussen en trainingen. Hieronder valt ook de advisering over de aangewezen individuele voorziening, specifiek voor kinderen met een beperking. • Online hulpverlening en E-diensten. Hieronder valt de ondersteuning die specifiek voor opvoed- en opgroeihulp digitaal wordt aangeboden en een plek biedt voor zelfhulp in het jeugddomein. • Versterking van de vrijwillige inzet en informele netwerken. Hieronder valt bijvoorbeeld cliëntondersteuning. • Mantelzorgondersteuning. • Jongerencoaching en participatiebevordering (jongerenwerk). • De jeugdgezondheidszorg. Op het consultatiebureau werken artsen en verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de zorg voor nul- tot vierjarigen. Zij volgen kinderen in hun groei en ontwikkeling. Daarnaast doen zij onderzoek en geven inentingen, voorlichting en advies. • Kortlopende ondersteuningstrajecten Kortlopende trajecten worden ingezet ten behoeve van individuele vragen van ouders en/ of jeugdigen. Indien nodig wordt deze kortdurende ondersteuning in de school of thuissituatie gegeven. Het aantal contactmomenten varieert van 1 tot 6 momenten . Doel is het in kaart brengen van de situatie ( ZRM) en het bieden van kortdurende hulp en advies aan opvoeders met specifieke opgroei-/opvoedingsvragen. De inzet varieert van een eenmalig (advies) consult tot een 1ste lijns hulpverleningstraject . De hulp heeft een sterk preventief karakter of overbrugt de periode naar de inzet van intensieve zorg als blijkt dat de problematiek te complex is. • Triple P trajecten De naam 'Triple P' staat voor 'Positief Pedagogisch Programma' en is een methode voor opvoedingsondersteuning voor ouders met kinderen van 0 tot 16 jaar. Triple P is een laagdrempelig, integraal programma met als doel emotionele en gedragsproblemen bij kinderen te voorkomen door het aanleren van opvoedvaardigheden. Het is een methode waarin ouders op een positieve manier leren opvoeden. Hierdoor verminderen gedragsproblemen bij kinderen. Triple P leert ouders: a. een positieve opvoedstijl; b. beter omgaan met moeilijk gedrag van kinderen; c. betere communicatie tussen ouder en kind in alledaagse situaties. • Mediation Mediation is het gezamenlijk oplossen van een geschil met de hulp van een neutrale, vakbekwame conflictbemiddelaar: de mediator. Vrijwel elk geschil heeft een oplossing die aanvaardbaar is voor de betrokken deelnemers. Maar vaak zien de deelnemers deze oplossing niet, doordat zij in het conflict verwikkeld zijn. Hulp van een mediator kan daarin verandering brengen. Impuls zet Familie mediation in ten behoeve van ondersteuning van ouders die verwikkeld zijn in een vechtscheiding en een omgangsregeling moeten treffen. • Het schoolmaatschappelijk werk. De schoolmaatschappelijk werker geeft advies en ondersteuning aan ouder(s)/verzorgers en kinderen rondom de opvoeding en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen door middel van gesprekken, maar is primair gericht op de schoolomgeving. Door een aansluiting te maken met de schoolomgeving van het kind, kunnen vraagstukken vroegtijdig worden opgepakt en kan er, samen met de betrokkenen, naar passende oplossingen gezocht worden. Indien nodig wordt doorverwezen naar ambulante jeugdhulp, die meer intensieve trajecten uitvoeren met gezinnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel