Naar hoofdinhoud
1.. Het college subsidieert het door houder werkelijk gehanteerde uurtarief voor peuterspeelzaalwerk, met een maximum van € 7,50 per uur. 2.. Het college subsidieert per maand per bezette peuterplek. Voor de in artikel 6 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: voor de in artikel 6 lid 1 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 uren per week * maximaal € 7,50 per uur * 40 weken / 12 maanden minus de geldende ouderbijdrage op basis van de tabel uit Bijlage 1; voor de in artikel 6 lid 2 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 10 uren per week * maximaal € 7,50 * 40 weken/ 12 maanden minus de geldende ouderbijdrage op basis van de tabel uit Bijlage 1; voor de in artikel 6 lid 3 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 uren per week * maximaal € 7,50 * 40 weken / 12 maanden minus de geldende ouderbijdrage op basis van tabel Bijlage 1. 3.. Als de ouderbijdrage minder dan 12 keer per jaar in rekening wordt gebracht, dan vindt op de in lid 2 onder a, b en c genoemde berekeningen  een correctie plaats in de vorm van een aanpassing van de 12 maanden-factor. 4.. Naast de in lid 2 genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-toeslag beschikbaar voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen. Deze subsidie wordt verstrekt voor peuters die een VVE- peuterplek bezetten van 10 uur per week, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Deze VVE-toeslag bedraagt per geplaatste doelgroeppeuter € 418 per jaar. Indien de doelgroeppeuter de VVE-plek niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt. 5.. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder, inclusief het ingevulde rapportageformat Eindrapportage Peuterspeelzaalwerk 2017, door het college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VVE), het werkelijk gehanteerde uurtarief, het aantal doelgroeppeuters waarvoor (naar rato) het VVE-jaarbedrag wordt ontvangen en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen) en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd. 6.. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als reguliere of VVE-plek ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan echter nooit hoger worden dan het eerder verleende bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel