Naar hoofdinhoud
Het college stelt voor deze nadere regels een subsidieplafond vast van € 336.000,-. De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens de volgende verdeelcriteria: aanvragen voor peuterspeelzaalwerklocaties worden geprioriteerd op basis van het percentage gewichtenleerlingen op de basisschool waarmee samengewerkt wordt of gaat worden. Dit percentage gewichtenleerlingen wordt vastgesteld op basis van de meest actuele beschikbare gegevens van DUO (indien beschikbaar op 1 december 2016 hanteren we teldatum 1 oktober 2016, anders teldatum 1 oktober 2015). Daarbij geldt: hoe hoger het percentage gewichtenleerlingen, hoe hoger de prioriteit. Indien een peuterspeelzaalwerklocatie met meerdere basisscholen samenwerkt, dan is het getal van de school met het hoogste percentage gewichtenleerlingen bepalend. Indien de waarde gelijk uitvalt, en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaalwerklocatie die op de vroegste datum start de hoogste prioriteit. Indien de waarde dan nog gelijk uitvalt en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaalwerklocatie in of in directe nabijheid van een basisschool de hoogste prioriteit. Indien ook dan de waarde gelijk uitvalt, wordt het beschikbare budget gelijk verdeeld over de betreffende aanvragen. indien er meer subsidies worden aangevraagd dan het subsidieplafond toelaat worden organisaties die in het verleden subsidie hebben ontvangen tijdelijk bevoorrecht . Dit is bedoeld als overgangsregeling. In 2017 is 50% van het subsidieplafond voor de bevoorrechte organisaties bestemd en in 2018 is dat 25% van het subsidiebudget. Vanaf 2019 geldt deze voorkeursbehandeling niet meer.

Rechtspraak bij dit artikel