**1.** Mandaathouders zijn bevoegd om voor de aan hen gegeven mandaten ondermandaat te verlenen na toestemming van de directie.
**2.** Bij gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voorzien mandaathouders in een genoegzame controle vooraf en achteraf op de besluiten die in ondermandaat worden of zijn genomen.
Paragraaf
Artikel 5