**1.** De mandaathouder informeert het betrokken lid van Gedeputeerde Staten bij voortduring over de voorbereiding en uitvoering van te nemen en genomen besluiten.
**2.** Van een gegeven mandaat wordt geen gebruik gemaakt in de volgende gevallen:
tot het nemen van een besluit dat in strijd is met bestaand beleid;
tot het nemen van een besluit zonder dat de redelijkerwijs te verwachten financiële gevolgen in voldoende mate zijn afgedekt.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien het betrokken lid van Gedeputeerde Staten toestemming heeft gegeven tot het gebruik van het mandaat.
**4.** In bestuurlijke gevoelige zaken mag alleen van het mandaat gebruik worden gemaakt na voorafgaand overleg en goedkeuring van het betrokken lid van Gedeputeerde Staten. Van een bestuurlijk gevoelige zaak is sprake als:
in de fase voorafgaand aan de besluitvorming sprake was van maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;
in de fase na de besluitvorming aanzienlijke kans is op maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;
de kwestie extra communicatieve inspanningen vergt van de provinciale organisatie naar de buitenwereld;
in de fase voorafgaand aan de besluitvorming sprake was van politieke discussie over de kwestie;
de besluitvorming over de kwestie ingaat tegen politieke wensen met meningsverschillen als gevolg;
sprake is van een besluit in het kader waarvan al een gerechtelijke procedure loopt en tegen het besluit naar redelijke verwachting opnieuw een rechtsmiddel zal worden ingesteld.
**5.** De ondertekening van een besluit dat in mandaat is genomen, geschiedt met gebruikmaking van het volgende formulier:
Gedeputeerde Staten van Groningen:
Namens dezen:
(volgt de naam van de ondertekenaar)
(volgt de omschrijving van de functie van de ondertekenaar).
**6.** Bij ondertekening door de houder van een ondermandaat wordt het in het vijfde lid vermelde formulier aangevuld met:
Namens deze:
(volgt de naam van de ondertekenaar)
(volgt de omschrijving van de functie van de ondertekenaar).
Paragraaf
Artikel 6