1.Bij het nemen van besluiten over in ieder geval de volgende
onderwerpen:
vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 36;
het vaststellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 37;
het heffen van rechten, bedoeld in artikel 29;
verordeningen als bedoeld in de artikelen 24 en 25, lid 2
door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij
vertegenwoordigen ieder één stem uit per 5000 inwoners.
Bij besluitvorming over verordeningen als bedoeld in de
artikelen 24, lid 1 en 25, lid 2 dient de meerderheid van
stemmen tevens te worden verkregen uit een meerderheid van de
deelnemende gemeenten.
Voor de toepassing van het eerste lid gelden de
bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het
voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen
inwoners worden aangehoudene door het Centraal Bureau voor de
Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een
doorslaggevende stem.