Aan het openbaar lichaam wordt de bevoegdheid toegekend tot het bij
verordening heffen van rechten bedoeld in artikel 229, lid 1, onder b,
van de Gemeentewet, de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere
wetten geschiedt, alsmede invordering als bedoeld in artikel 231 van de
Gemeentewet.