Voor zover een verordening als bedoeld in de artikelen 24, 25 en 29,
voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende
gemeente, regelt de eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding.
Zij kan bepalen dat de gemeentelijke verordening voor het gehele gebied
dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te
gelden.