In deze verordening wordt verstaan onder:
1.1. Algemeen
Boom:
Een houtachtig, overblijvend gewas met een kroon en opgaande stam(men),
zowel vitaal als afgestorven, waarbij in juridische zin de doorsnede van
de (dikste) stam op 1.30 m boven het maaiveld minimaal 10 cm bedraagt.
Grote “boomgelijke” struiken worden eveneens als boom aangemerkt.
Houtopstand:
Eén of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen,
mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere
(lint)beplanting van heesters en struiken, een beplanting van
bosplantsoen, een
struweel of een heg, zowel vitaal als afgestorven.
Groeiplaats boom:
Stam- en wortelruimte van een boom, inclusief het deel dat voor de
toekomstige ontwikkeling noodzakelijk is.
Groeiruimte boom:
Kroon, stam- en wortelruimte van een boom, inclusief het deel dat voor
de
toekomstige groei noodzakelijk is.
1.2 Verschijningsvormen
Boomkwekerij:
Uit commercieel oogpunt geteelde bomen op een perceel.
Sparrenakker:
Kerstbomen op een perceel.
Natuurlijk bos:
Gevarieerde boom- en struikbegroeiing op een perceel van minimaal tien
are, waarbij dunningen voor de instandhouding ervan noodzakelijk
zijn.
Productiebos:
Bomen op een perceel ten behoeve van houtteelt (Bosschap)
Hakhoutbos:
Bomen of boomvormers op een perceel, die na het afzetten weer uitlopen
en waarbij afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.
Bosje:
Bos met bomen en struiken op een perceel kleiner dan tien are.
Houtwal:
Lijnvormig beplantingselement met bomen en struiken, waar dunning
voor
de instandhouding ervan noodzakelijk zijn.
Bomenrij:
Drie of meer bomen in een lijn langs een weg, straat, watergang en/of
kavel.
Hierbij kunnen in het geval van kleine plantafstanden dunningen voor
de
instandhouding ervan noodzakelijk zijn.
Bomengroep:
Twee of meerdere bomen in groepsverband.
Solitaire boom:
Een volledig vrijstaande boom.1.
1.3. Situering en eigendom
Boom in het buitengebied:
Houtopstand buiten de bebouwde kom, zoals vastgesteld als gevolg van
artikel 1, vijfde lid van de Boswet.
Boom in de bebouwde kom:
Houtopstand in het aaneengesloten stedelijk gebied dan wel als
zodanig
bestemd gebied zoals vastgesteld als gevolg van artikel 1, vijfde lid
van de
Boswet.
Kaarten van de contouren van devoor de Boswet
vastgestelde bebouwde kommen.
Grens bebouwde kom Borne vastgesteld voor de Boswet
Grens bebouwde kom Zenderen vastgesteld voor de Boswet
Grens bebouwde kom Hertme vastgesteld voor de Boswet
Boom op gemeentegrond:
Boom in eigendom van de gemeente.
Boom op particuliere grond:
Boom in privé eigendoom.
Mandelige boom:
Boom in mede-eigendom door een situering van de stam op de
gemeenschappelijke erfgrens.
Boom in erfzone:
Boom binnen twee meter van een Kavelgrens.
Erfzone:
Strook ter breedte van twee meter langs de erfgrens, waar in beginsel
geen boom mag staan.
Uitzonderingen:
er zijn afspraken gemaakt tussen de eigenaren van de aan elkaar
grenzende percelen;
er is geen handhavingsvergoeding betaald;
de verjaringstermijn van twintig jaar is verstreken;
de boom heeft als bijzondere boom een beschermde status.
1.4 Voorgenomen handeling
Dunnen
Het kappen van bomen en/of struiken in houtopstanden ter bevordering van
de ontwikkeling van de overblijvende houtopstand.
Vormsnoeien (knotten, kandelaberen)
Het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude snoeiplaats bij
oorspronkelijk als knotboom dan wel als gekandelaberde boom onderhouden
bomen
Kappen:
Het bovengronds omleggen van een houtopstand, waarbij een stobbe
achterblijft en waarbij het doel van de handeling gericht is op het
definitief verwijderen van de houtopstand.
Dit geldt ook voor het verrichten van handelingen, zowel boven als
ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
een houtopstand ten gevolge hebben.
Rooien:
Het met wortel en al verwijderen van een houtopstand.
Verplanten:
Een vorm van rooien, waarbij de betreffende houtopstand elders
wordt
herplant.
Herplanten:
Het planten van nieuwe houtopstanden ter vervanging van verwijderde
exemplaren.
1.5 Waarden
De volgende genoemde waarden vormen de weigeringscriteria in het
advies van de bomencommissie aan het bevoegd gezag. Ook zijn het de
criteria op basis waarvan de Bijzondere bomenlijst is samengesteld. De
omschrijving van de waarden is vastgesteld op 13 februari 2007.
Natuur- en milieuwaarden
Natuur- milieuwaarden en Bomen of bomengroepen die van een zodanige
kwaliteit of omvang zijn dat zij substantieel bijdragen aan het beeld
van het landschap of een hoge ecologische waarde vertegenwoordigen. Te
denken valt hierbij aan bomengroepen met een leeftijd ouder dan zestig
jaar en van een flinke omvang, of bomen en bomengroepen die omwille van
hun kwaliteit binnen uitbreidingsplannen gehandhaafd zijn.
Bomen of bomengroepen die richting de ontvankelijke partij(-en) een
directe functie hebben ten aanzien van geluid, camouflage en fijnstof.
De bomen moeten een omtrek hebben van meer dan 90 cm. (Dunning met als
doel de instandhouding van de functie kan een reguliere
onderhoudsmaatregel zijn.)
Landschappelijke waarden
Binnen de bebouwde kom gaat het om bomen of bomengroepen die een
uitdrukkelijke relatie hebben met het landschap. Deze bomen hebben een
belangrijke functie ten aanzien van de overgang van het stedelijk- naar
het landelijk gebied. Vooral bomen of bomengroepen die een camouflerende
functie hebben dienen gehandhaafd te blijven.
Dendrologische waarden
Bomen of bomengroepen die ten aanzien van de zeldzaamheid van de soort,
of de groeivorm waarin ze voorkomen, bijzonder zijn.
Cultuurhistorische waarden
Bomen of bomengroepen die een cultuurhistorische waarde hebben of
onderdeel deel uitmaken c.q. uitmaakten van een cultuurhistorisch
object. Te denken valt hierbij aan bomen behorend bij (voormalige)
monumentale panden of herinneringsbomen.
Waarde voor stads- en dorpsschoon
Bomen of bomengroepen die, zowel in particuliere als openbare ruimten,
zodanig bepalend zijn dat ze de beleving van de ruimte in hoge mate
beïnvloeden.
Waarden voor recreatie en leefbaarheid
Bomen of bomengroepen die niet voldoen aan de bovenstaande waarden maar
die zodanig bepalend zijn dat zij de kwaliteit, de beleving en de
leefbaarheid van de ruimte substantieel verbeteren. Te denken valt hier
aan sterk bepalende straatbeplanting of bijvoorbeeld klimbomen.
Landelijk geregistreerde bomen Bomen en bomengroepen die opgenomen zijn
in het register van de Bomenstichting.
Compensatiewaarde
(Oorspronkelijke) boomwaarde die ten grondslag ligt aan de
compensatiehoogte.
Geldwaarde
De in geld uitgedrukte waarde van houtopstand zoals getaxeerd volgens
de
meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs
van Bomen. De waarde wordt vastgesteld door de bomencommissie
dan wel een externe beëdigde bomentaxateur.
1.6 Status “Bijzondere boom”
Bijzondere boom:
Geregistreerde gemeentelijke of particuliere monumentale, toekomstig
waardevolle boom met een speciale beschermingsstatus welke
gewaardeerd is op basis van de waarden genoemd in Artikel 1 sub. 1.5
door een onafhankelijke beëdigde bomentaxateur, dan wel de
bomencommissie.
Monumentale boom:
Boom van minimaal zestig jaar oud, die door zijn leeftijd en
verschijning
beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving
is.
Toekomstig monumentale boom:
Boom met voldoende groeiruimte, welke staat op een zodanige locatie dat
zij in potentie moet uitgroeien tot een monumentale boom.
Herdenkingsboom:
Boom met een speciale betekenis: een boom geplant ter ere van een
geboorte, huwelijk, kroning, dan wel een boom ter nagedachtenis of en
zeer gedenkwaardig feit.
Dendrologisch waardevolle boom:
Boom, die vanwege soort en variëteit in combinatie met leeftijd en/of
zeldzaamheid grote waarde heeft. Dit kan landelijk, regionaal en/of
plaatselijk zijn.
Bomencommissie:
Deze commissie bestaat uit de medewerker cultuurtechniek beleid en
beheer en de uitvoerder groen.
Aanvullend kan de mening van een onafhankelijke beëdigde bomentaxateur
worden gevraagd. In bijzondere gevallen aangevuld met de mening van
een vertegenwoordiger van de natuur- en Milieuraad.
Bijzondere bomenlijst
Lijst met bijzondere bomen en groenstructuren binnen de bebouwde
kommen aangevuld met direct aansluitende bijzondere
groenstructuren. De lijst is aangevuld met landelijk de geregistreerd
bomen
buiten de bebouwde kommen.
Convenant Bijzondere bomen:
Overeenkomst tussen de particuliere eigenaar en de gemeente over de
instandhouding en het onderhoud van een bijzondere boom.
Boombeschermingszone:
Te beschermen groeiruimte van een boom in volgroeide toestand, waarbij
als basis wordt uitgegaan van de (toekomstige) kroonprojectie + 2 meter
en bij onttrekking van grondwater (bronering) de kroonprojectie + 100
meter.
Melding “Werken Bijzondere Boom”:
Registratieformulier met voorgenomen werk of ingreep in de
boombescher-
mingszone van een bijzondere boom of groenstructuur, behorende bij deze
verordening.
Boom Effect Analyse (BEA)
Rapportage, waarin beschreven wordt, wat het effect is van een werk of
ingreep binnen de boombeschermingszone.
Besluit Boom Effect Analyse
Besluit, waarop staat vermeldt, of een werk of ingreep in de
boombescher-
mingszone, eventueel onder voorwaarden, is toegestaan.
1.7 Vergunning
Vergunning:
Door het bevoede gezag verleende omgevingsvergunning.
Vergunningsplichtige boom:
Boom met een stamdiameter van dertig centimeter of meer, gemeten op een
hoogte van 1.30 meter, op een kavel dat groter is dan 300m2.
Bomen op de lijst van bijzondere bomen en bomen die ter compensatie
onderdeel hebben uitgemaakt van een herplant zijn vergunningsplichtig
ongeacht de stamdiameter en de kavelgrootte.
1.8 Bevoegd gezag
Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet
algemene
bepalingen omgevingsrecht.
1.9 Compensatie
Compenseren:
Het vervangen van verwijderde houtopstanden door herplant dan wel
een storting in het compensatiefonds, zoals vastgelegd in de bijgevoegde
compensatietabel.
Compensatietabel:
Vast schema met aantallen en plaats van te compenseren bomen, behorende
bij deze verordening.
Compensatiefonds:
Gelden uit de compensatie, ter hoogte van de aanschaf- en plantkosten
van
nieuw plantmateriaal, die besteed dienen te worden aan herplant van
bomen buiten regulier onderhoud en projecten of aan het onderhoud van
particuliere bomen welke opgenomen zijn in de lijst van bijzondere bomen
middels een Convenant Bijzondere bomen.